Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Het hoe en waarom van "verwende kinderen"

Het is schering en inslag. Overal kan je de opinies lezen van mensen die zich zorgen maken over onze kinderen. Onze kinderen zouden verwend zijn. Het is alsof ze niet meer deugen. “Kinderen hebben geen respect meer.” “Kinderen kunnen niet meer wachten.” “Als we zo doorgaan met opvoeden zonder straffen en belonen voeden we allemaal narcisten op.”

 

Verwend gedrag kan zich uiten in een "eisende houding" (soms dwangmatig). Ouders ervaren soms dat "het nooit genoeg is", dat ze "leeggezogen" worden. Een kind kan telkens opnieuw feedback van ouders negeren, opstandig reageren, "moeten" kiezen waar naartoe of hoe dingen zouden moeten gebeuren. Tegelijk worden de zorgen van ouders afgewimpeld - soms met een "hautaine" attitude.

 

Het antwoord, zo klinkt het dan, is een terugkeren naar de “autoriteit” van weleer – een autoriteit die nooit ter discussie staat. Straffen en belonen – die eigenlijk nooit zijn weggeweest (er was dus eigenlijk nooit een testfase van democratisch opvoeden) – terug strak krijgen.

 

Mijns inziens mogen we ons gerust zorgen maken, maar is de oorzaak van het probleem allicht niet te vinden bij “de jeugd van tegenwoordig”. Een terugkeer naar autoritair opvoeden zou zijn als de baby met het badwater weggooien.

 

In mijn praktijk zie ik drie andere oorzaken voor “verwend gedrag” bij kinderen. Drie oorzaken waarvoor de oplossing helaas net niet ligt bij meer straffen en belonen, maar precies in het installeren van een empathisch leiderschap.

 

 Flickr Commons, Jonathon Grainger

Flickr Commons, Jonathon Grainger

 

1. Verwarring omtrent het begrip van “democratisch opvoeden”

 

Democratisch opvoeden is verschillend van permissief opvoeden. Bij permissief opvoeden hebben de ouders weinig verwachtingen voor het kind, maar beluisteren ze het kind wel en hebben ze interesse voor wat hij of zij voelt.

Democratisch opvoeden combineert beluisteren met hoge verwachtingen voor het kind. In die zin verschilt het ook van autoritair ouderschap, waar het kind niet beluisterd wordt, al hebben de ouders wel hoge verwachtingen voor het kind.

 

Het is enkel bij democratisch opvoeden dat het kind in de innerlijke én uiterlijke wereld erkend wordt op een manier die hem of haar toelaat om op te groeien tot een zachte én stevige volwassene met burgerzin.

 

 

2. Rolomkering

 

In de relatie tussen ouder en kind kan er sprake zijn van rolomkering. Deze rolomkering zal ook zichtbaar zijn in de relatie van het kind met andere volwassenen.

 

Het kind is gezond gehecht aan de ouder, maar niet in de juiste “richting”. Het kind voelt zich geroepen om zelf als leider op te stappen. Zo'n rolomkering kan vele oorzaken hebben (depressie of burn-out in de ouder, een democratische houding die in plaats van 'rekening te houden met' te veel neigt naar 'toestemming vragen', een ongeluk waarbij het kind heeft ervaren dat het in de handen van de ouder niet veilig is, enzovoort). In ieder geval nemen deze kinderen te veel verantwoordelijkheid op hun schouders. Ze ervaren het vaak als een risico om door volwassenen (of een 'ander' tout court) geleid te worden.

 

Het antwoord is niet meer straffen en belonen. Het kind is in de rol van leider gestapt omdat hij of zij zich diep vanbinnen angstig voelt en dus moeite heeft om zich “over te geven” aan een gezag buiten zichzelf. De sleutel voor het herstellen van de rolomkering ligt in het herwinnen van het vertrouwen van het kind. De ouder dient het kind te tonen (met acties) dat het veilig is om afhankelijk te zijn van hem of haar. Die veiligheid kan je helaas niet installeren met belonen en al zeker niet door het kind te straffen.

 

 

 

3. Kinderen identificeren zich primair met hun “peers”

 

Ik blijf erbij dat het beste kraamcadeau het boek “hold on to your kids” van Gordon Neufeld is. In zijn boek beschrijft hij de nadelen van wat we vandaag zien in onze samenleving: kinderen die volledig gericht zijn – en van jongs af aan wordt dit door ouders en leerkrachten bevorderd uit angst dat kinderen anders niet “sociaal' zouden worden – op hun “peers”. Neufeld beschrijft op accurate wijze hoe kinderen zich slechts kunnen richten op één “oriëntatiepunt” tegelijk. Dat zijn ofwel de ouders/opvoeders of peers, wanneer de contacten met die “peers” geen extensie zijn van het netwerk van de ouders. Neufeld vergelijkt het met een liefdesrelatie. Val je voor de één dan ga je je afzetten tegen de ander en omgekeerd.

 

Wat ouders dan te doen hebben is om opnieuw het lichtpunt te worden van en voor hun kinderen. Zij hoeven zich niet weg te laten duwen door de peers, integendeel, zij mogen hun plaats als Poolster van kinderen opnieuw opeisen. Al kan je zo'n plaats natuurlijk niet “opeisen”. Je kan niemand dwingen om je leiderschap te accepteren. Dat vraagt vertrouwen en een stevige basis van voldoende momenten waarop je kind heeft kunnen ervaren dat je hem of haar kan leiden, 'no matter what'. Dat je zijn of haar emoties aankan en weet waarheen je kind te leiden. Het vraagt van jou als ouder om weer “in het leven van je kind” te stappen en om contact te maken met het “dorp” van je kind, zodat de strijd om de aandacht van je kind ontwapend wordt.

 

In onze cultuur en tijd vinden we het “normaal” dat we tieners in hun pubertijd verliezen aan de peer cultuur. Toch is dit zeker geen universeel gegeven of een universele “must”. Integendeel, het onderzoek van Neufeld duidt erop dat er heel wat onwenselijke gevolgen verbonden zijn aan dit construct van onze hedendaagse samenleving.

 

 

 

Heb je hier meer vragen over? Altijd welkom voor een gesprek! (ook via email en Skype)

 

 

 

Interessante bronnen:

 

* Who's in charge? Reclaiming the lead with an alpha child

 

* Hold on to your kids