Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Waarom we dringend nood hebben aan een meer empathische benadering in de opvang en in scholen

“Juf, die jongen heeft me pijn gedaan!” Een jongen – laat ons hem Bart noemen – komt huilend aangelopen.

De juf neemt Bart – die duidelijk overstuur is – aan de kant:

“Je bent toch al groot. Je stopt nù met wenen.”

Bart loopt naar de jongen toe die hem heeft pijn gedaan – laat ons hem Jan noemen – en probeert hem te schoppen.

Vervolgens loopt Bart huilend naar een bank. Daar zit hij stil voor het komende uur. Alleen.

 

 

Wat hebben de jongens hier geleerd? Dat je conflicten oplost door naar de juf te lopen? Dat naar de juf lopen niets uithaalt? Dat je je gevoelens maar beter gewoon inslikt? Dat je er, als puntje bij paaltje komt, alleen voor staat?

 

Bart vroeg de juf om bescherming en kreeg deze niet. Jan had hem pijn gedaan. De gevoelens van Bart waren een vraag om rechtvaardigheid. Ze werden niet beluisterd door de juf, dus ging hij er zelf mee aan de slag. Niemand toonde hem hoe hij zijn agressie gepast kon uiten. Niemand vertelde hem dat hij niet zomaar hoeft te slikken dat iemand hem pijn doet. Er was geen interesse voor de bredere context waarbinnen het incident plaats vond. Bart en Jan leerden niet hoe ze zo'n problemen in de toekomst zelf kunnen oplossen. Hoe ze positief assertief kunnen zijn en aan een ander kind kunnen laten weten wat hun grenzen zijn. Hoe ze hun boosheid kunnen uiten zonder elkaar pijn te doen. Hoe ze conflicten samen kunnen oplossen zodat ze weer dichter bij elkaar komen – in plaats van dat Bart weg zit te kwijnen op een bankje, ver weg van de anderen. 

 

Nochtans zijn emotionele regulatie en conflictmediatie de belangrijkste vaardigheden die een kind kan leren. Ze bepalen het toekomstige succes van kinderen meer dan gelijk welke andere vaardigheden. Wat doe je wanneer er een conflict ontstaat? Wat zeg je? Hoe begrens je de ander wanneer die gewelddadig wordt? Ons maatschappelijk probleem met pesten op school toont aan dat onze kinderen deze vaardigheden meer dan nodig hebben. Kinderen spenderen tenminste 8 uur per dag op school. Hoeveel gemiste kansen passeren niet de revue in deze tijdspanne? Ouders thuis kunnen deze lacune niet opvangen, zij zijn te weinig aanwezig om hun kinderen genoeg positieve ervaringen van gepaste mediatie te kunnen aanreiken. Vaak horen ze amper verhalen van wat er op school is gebeurd, en kunnen ze deze situaties dus nauwelijks over deze situaties napraten met hun kind. 

 

Het onderdrukken van conflict leidt tot niets, behalve onderhuidse woede en een afbrokkelend rechtvaardigheidsgevoel bij jongeren. Laatst was ik aanwezig op een cursus gegeven door Maggie Kline, trauma therapeute in de VS. Bij aanvang van de cursus stelde ze een vraag, waarop niemand antwoordde. “You probably all have some school trauma,” zei ze. Of: “jullie hebben waarschijnlijk allemaal nog schooltrauma.” Eerst dacht ik: ja dat is zo, we durven zelden te antwoorden in groep - bang om iets "verkeerd" te zeggen. We willen niet beschaamd worden, geen plaats innemen in de collectieve ruimte. Naarmate ik hier meer over ging nadenken zag ik hoe ernstig het probleem eigenlijk is. Van de kinderen die gepest worden op school, krijgen velen elke ochtend te horen: “het beste.” De instantie 'school' is zo ingeburgerd dat we er zelfs niet aan denken onze kinderen de bescherming te bieden die ze verdienen wanneer ze elke dag geschopt worden, geslagen of bedreigd: hen thuis houden. Onze terechte grens, lijkt een stille dood gestorven te zijn. We komen zelfs nauwelijks op voor onszelf en onze kinderen nu ons milieu in gevaar is. In die mate zijn we gaan geloven dat we niet opkunnen tegen de bombastische instituties die onze maatschappij regeren. “Het is nu eenmaal zo,” zeggen we terwijl niemand echt wilt wat er gaande is. We zijn gaan geloven dat we amper iets kunnen doen. Af en toe schudt een crisis ons wakker: we zien hoe dieren behandeld worden voor ze op ons bord belanden of we horen hoe supermarkten rottend vlees verkopen (Herinner je je dat de werknemers zeiden "dit vlees is rot!" De bazen vervolgden "ja maar het is besteld; we moeten leveren" Het moeten meedraaien was belangrijker dan het welzijn van de mensen). We voelen paniek en dan verstillen we weer. Wie durft zien dat ons systeem nu eenmaal menselijk welzijn en de menselijke waardigheid niet centraal stelt? Dat we de uitwassen daarvan niet enkel zien in de supermarkt, maar ook in crèches en scholen? Kinderen moeten slapen in de crèche, niet omdat ze moe zijn, maar omdat er een wissel is van verzorgsters. Hebben ze geen honger, dan moeten ze toch eten, want dat past in het schema. Vaak hoor ik van ouders hoe hun kinderen in kinderdagverblijven gedwongen werden om fruit te eten tot overgeven toe. Ze voelen zich al onwel wanneer ze nadien nog maar fruit zien. Dit is mensonterend. Toch wordt deze kinderen vervolgens verteld “dat ze zich niet moeten aanstellen.”

 

Bij kinderen op school worden dagelijks emoties onderdrukt. De kern van emoties is echter rechtvaardigheid. We zijn droevig wanneer we ons niet erkend voelden, we voelen ons boos wanneer iemand onze grenzen heeft overschreden. Wordt hier gepast mee omgegaan – nadat we gehoord werden – dan behouden we onze zelfwaarde en onze kracht. Kinderen in onze maatschappij ervaren dag in dag uit futiliteit wanneer ze hun eigen rechtvaardigheidsgevoel bespreekbaar willen maken in de publieke ruimte.

 

Hoewel leerkrachten en opvoeders vaak vaardigheden in conflictmediatie en emotionele ondersteuning bezitten, is er te weinig aandacht voor de toepassing ervan bij kinderen in crèches, op school en in de naschoolse opvangNatuurlijk zijn er scholen; crèches en opvangplaatsen waar dit wel het geval is, maar die blijven nog steeds een uitzondering. Kinderen worden stelselmatig te weinig erkend in hun emotionele behoeften. Kinderen voelen zich beschaamd, en hun terechte boosheid gaat over in passief-agressiviteit of onderdrukking van hun rechtvaardigheidsgevoel. Soms wordt de boosheid gericht op andere medestudenten. Zij voelen dat ze nauwelijks iets kunnen doen om zichzelf te beschermen. De futiliteit die zei ervaren kan uitmonden in eetstoornissen, depressie, zelfmoord. De cijfers van eetstoornissen, depressies en zelfmoord bij kinderen in Vlaanderen zouden ons moeten wakker schudden. Er klopt iets niet. Onze kinderen vertellen het ons dagelijks. Wanneer luisteren we?

 

P.s. Meer lezen over hoe het ook kan? Hier vind je het vervolg op deze blog.