Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Moeilijke momenten (waar ik vaak over hoor in mijn praktijk) (misschien heb jij ze ook thuis?)

Gisteren speelde mijn dochter dat met twee popjes. Het ene popje wilde echt niet in de buggy blijven en het andere popje ("mama pop") zei: “toch wel, je moet. Je moe-oet!”. Met heel veel agressie, trouwens. Dan volgde: “als je niet in de buggy blijft dan kom je in dit klein kamertje zitten!”

 

Ik moest even kalmeren. Ik voelde me enorm geïrriteerd (lees ook mijn laatste post hierover). Ik begon al even met het afsteken van een heel gemoraliseer. Gelukkig betrapte ik me erop. Ik stopte (ah! Ik had dan ook net mijn blog over irritatie geschreven). Ik merkte dat ik mezelf eigenlijk kwalijk nam dat ik mijn dochter bij iemand had gelaten die ons vertrouwen had geschaad. Ik voelde angst en zelfverwijt. Waarom had ik haar daar toch gelaten? (hierover meer in een latere blog)

 

Mijn dochter is deze dagen iemand die vaak dergelijke situaties opmerkt, zoals bijvoorbeeld wanneer een kindje niet opgepakt wilt worden, de ouders het toch doen en het kind dan gaat krijsen. “Mama, dat kindje wou dat eigenlijk niet.”

 

Dit deed me denken aan het fragment uit “Motherhood” van Helen Simpson (Dorrie is een mama en Maxine is haar kind):

 

They (…) saw a small boy running towards them trip and go flying, smack down onto the pavement.

Oof,” said Maxine and Robin simultaneously.

The child held up his grazed hands in grief and strated to split the air with his screams. His mother came lumbering up with an angry face.

'I told you, didn't I? I told you! You see? God was looking down and he saw you were getting out of control. You wouldn't do what I said, would you. And God said, right, and He made you fall down like that and that's what happens when you're like that. So now maybe you'll listen the next time!'

Dorrie looked away, blinking. (…)

The boy's mother yanked him up by the arm, and dragged him past, moralising greedily over his sobs.

'She should have hugged him, Mummy, sholdn't she,' said Maxine astutely.

'Yes,' said Dorrie (…).

 

Ik ging bij mijn dochter zitten.

Ik pauzeerde en ik zei: “het is moeilijk hé, om te begrijpen hoe volwassenen soms met kinderen omgaan?” Ze schudde van “ja”. En dat vind je niet leuk?" "Nee." Ik vervolgde: “Ik ben er wel van overtuigd dat volwassenen van kinderen houden en ze soms niet goed weten wat doen. Of zelf in een grote golf belanden (zie “het hele brein, het hele kind”) en zichzelf even verliezen. We leren allemaal een beetje surfen.”

 

Dit is iets wat ik ook vaak in mijn praktijk hoor. Ouders hebben er vaak last van dat kinderen uitschreeuwen: “Je moet nu komen, nù!” “Je moet dat opeten!” “Stop daar nu eens mee! Ik tel tot drie!” Al te vaak ergeren we ons aan dit gedrag en gaan we het bestraffen terwijl we vergeten dat onze kinderen zo'n taal op school of in de opvang – in de meeste dan toch – dagelijks horen. Ook voor hen voelt dit niet fijn. Wanneer ze dit naspelen thuis, dan geven ze enerzijds uiting aan wat ze op school of in de opvang òòk hebben geleerd. Anderzijds vragen ze ons: “Waarom mag ik dit niet zeggen en mogen zij dat wel?” “Wat moet ik doen met mijn vervelende gevoelens wanneer er zo tegen mij wordt gesproken/gedaan?” Voor kinderen houdt het weinig steek dat wij hen mogen bestraffen wanneer ze tegenspreken wanneer er zo tegen hen wordt gepraat, terwijl zij algauw met de vinger gewezen worden. Je zou je voor minder 'extra' boos voelen.

 

Zo'n spel kan dus algauw een moment worden om een pak minder ideale interacties die ons kind ervaart of ziet mee te helpen verwerken. We vergeten vaak dat zelfs wanneer kinderen zelf nooit in de hoek staan, ze wel enorm geschrokken kunnen zijn wanneer ze dit zien. Hetzelfde met het zien van een kind dat geslagen wordt en noem maar op. Elk moment waarop je kind “toont” waar het mee zit geeft jou als ouder de kans om met je kind te brainstormen: want kan hij of zij doen wanneer iemand zo tegen hem of haar praat? Wanneer iemand zo met hem of haar omgaat?