Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

De bullshit die ouders bijna elke dag te horen krijgen: mijn top 5 :-)

1. “Pas op, of je creëert een precedent!”

 

Dus:

“haal je kind nooit uit bed als het huilt of hij of zij wordt het gewoon!”

Dus:

“mama of papa mag niet in de klas blijven om afscheid te nemen, dan laat je kind je nooit meer los!”

Dus:

“knuffeltjes mogen niet mee – dan gaat hij/zij dat blijven vragen.”

 

Deze uitspraken hebben als onderliggende logica dat kinderen gewoon wezens zijn die getraind worden. Geef je ze a, dan nemen ze voor altijd a.

 

Zo eenvoudig is het echter niet. Kinderen zijn mensen – met noden. Ze weten die noden bovendien te communiceren. Een kind wiens noden – vaak gaat het om veiligheid (mama of papa er nog even bijhouden tot ik me veilig voel; een knuffeltje meedoen) erkend zijn en vervuld zijn, heeft vanzelf “de strategie” niet meer nodig. Dus een vervuld kind beweegt al gauw vanzelf verder – zonder mama of papa, zonder knuffel of gelijk wat.

 

Hooguit verdoezelt “let er voor op een precedent te creëren” het feit dat leerkrachten of andere begeleiders het moeilijk vinden om praktische regelingen te treffen om aan de noden van zo veel kinderen tegelijk te voldoen (knuffeltjes terug te vinden, ouders toelaten in de klas, …). Dat is begrijpelijk. Maar laat ons dan een kat een kat noemen zodat we niet in een pedagogisch misverstand terecht komen en ouders dingen gaan geloven die gewoonweg niet kloppen.

 

 

2. “Ik neem je kind huilend weg van jou als mama of papa, want ik moet toch ook een relatie kunnen opbouwen?”

 

Ook zo'n straffe. De beste relaties met kinderen zijn een extensie van de veilige haven die mama of papa garandeert. Dus, wanneer een kind ziet dat jij je als ouder fijn voelt bij iemand (opa, oma, juf, gelijk wie), dan vloeit een band met die persoon er automatisch uit voort. Een kind wilt gewoon wat tijd om te wennen aan die vooralsnog vreemde persoon. Logisch, toch?

 

Wanneer je een kind huilend wegneemt van mama of papa, dan loop je het risico een relatie met het kind op te bouwen die concurreert met de relatie met mama of papa – zeker wanneer de geldende normen en waarden zeer anders zijn dan die van thuis kan dit voor mama en papa zeer veel problemen geven. Meer hierover lees je in dit boek.

 

 

 

Hieraan gerelateerd:

 

 

3. “Jullie voeden hem/haar toch op!”

 

Dus oma en opa, juffen, enzovoort mogen doen wat ze willen, het zijn de ouders die hun kind opvoeden en dus de eindverantwoordelijkheid dragen, niet?

 

Helaas. Zo eenvoudig is het niet. In onze samenleving brengen ouders relatief weinig tijd door – algemeen beschouwd – met hun kroost. Vaak zijn kinderen al vanop jonge leeftijd gericht op hun leeftijdsgenoten, eerder dan hun ouders. We weten nu dat kinderen niet tegelijk op leeftijdsgenoten én ouders gericht kunnen zijn, hetgeen ouders in een zeer zwakke pedagogische positie plaatst. Sowieso voedt iedereen een kind mee op – zelfs de arts die een kind maar één keer te zien krijgt. We zijn allen verantwoordelijk voor de kinderen in onze samenleving, en welke “imprints” we hen meegeven.

 

 

4. “Kinderen die “beluisterd” worden wanneer ze hevige emoties hebben zijn (of worden) snotverwend.”

 

Helaas hebben vele kinderen in onze samenleving redelijk wat bagage, al vanop jonge leeftijd. Een opeenstapeling van frustraties, vermoeidheid, een scheiding, (medisch) trauma, etcetera. Een kind dat ons boosheid of droefheid toevertrouwd raakt niet verwend maar “maakt zijn rugzak leeg” – indien we er gepast op reageren natuurlijk. Zo krijgt hij of zij meer ruimte om zich weer verbonden te voelen – en laat dat nu net de basis zijn voor harmonie :-).

 

 

5. “Kinderen worden zelfzeker wanneer we hen belonen en tal van 'goed zo's' toewerpen.”

 

Ook jammer, maar net het omgekeerde heeft plaats. Kinderen worden afhankelijk van onze mening en gaan zich steeds meer daarop richten. Zo verliezen ze de natuurlijke zelfzekerheid die komt met mogen experimenteren en zelf oordelen vellen over hun werk en capaciteiten. Meer nog, zelfs al zouden we 10% van de “goed zo's” die kinderen dagelijks horen vervangen door “leuk hé!” dan zouden we tal van problemen bij jonge kinderen zien verdwijnen als sneeuw voor de zon.

 

10% is haalbaar, niet?