Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Over babysitters aan de schoolpoort: dan toch :)

Gisteren postte ik op mijn pagina een artikel uit De Standaard: “Babysitters aan de schoolpoort”. 

 

Ik schreef dat ik het enerzijds een goede zaak vond, dat één hechtingsfiguur, bijvoorbeeld een babysit, een kind kan afhalen van school, indien de ouders het niet kunnen. Op die manier kan een kind tot rust komen, na een lange dag op school. De prikkels van school, opvang en naschoolse activiteiten (allen in groep en met weinig 1 op 1 interactie) kunnen overweldigend zijn voor jonge kinderen. Het kan zeer waardevol zijn dat een babysit na de schooluren kinderen kan ophalen en ze in de rustige thuisomgeving kan begeleiden. Vaak zijn het de overdaad aan onverwerkte prikkels die ADHD-gerelateerd gedrag kunnen uitlokken.

 

Ik schreef ook dat ik me zorgen maak. Waarom? Kinderen hebben volwassenen nodig om zin te geven aan de vele ervaringen die ze doorheen de dag opdoen. In de schoolcultuur en bij andere groepsactiviteiten zijn kinderen vaak overgeleverd aan de ”peer cultuur”. Is er sprake van een gezonde en stevige hechting, dan zullen kinderen de ervaringen die ze daar opdoen met hun ouders willen bespreken en verwerken – en dus ook het inzicht van de ouders over hoe ze zich dienen te verhouden tot een complexe en met prikkels overladen wereld willen ontvangen. Doen babysitters dit, dan is dat een meerwaarde. Babysitters vervullen echter zelden deze taak en dat wordt ook niet van hen gevraagd. De vraag is ook of de kinderen hun inzicht met dezelfde natuurlijke autoriteit zouden behandelen als het inzicht van de ouders.

 

Nu weet elke ouder dat de kinderen niet zomaar meteen na school met hun verhalen komen. Dit vergt, elke dag opnieuw, het helpen “thuiskomen” van de kinderen. “To collect them,” zou Gordon Neufeld zeggen. Daar is elke dag ook tijd voor nodig. Tijd die je op een ontspannen manier met elkaar doorbrengt. Willen de ouders hun pedagogisch inzicht met hun kinderen delen, dan is het belangrijk dat ze weten wat er in de wereld van hun kind gebeurt – zodat ze hen op een gepaste manier kunnen begeleiden om met die wereld om te gaan ('making sense'). Krijg je dit nog in de late avonduren en voor de bedtijd van je kind geklaard, dan zie ik geen probleem. Misschien heb je zelfs meer energie (en minder stress) om echt bij je kind te zijn, nu je rustig van je werk naar huis bent kunnen komen. Ik zou me wel zorgen maken wanneer ouders er niet langer in slagen deze klus te klaren.

 

In mijn praktijk zie ik meer en meer ouders die eigenlijk helemaal niet meer weten wat er in het dagelijks leven van hun kinderen gebeurt; met welke prikkels hun kinderen naar huis komen of wat hen bezig houdt. Vaak betekent dit dat niemand het echt weet. In het - alweer - beste (maar zeldzame) geval weet een andere volwassene ervan. Ouders komen met verhalen van kinderen waar ze geen vat meer op hebben. Zij zijn de “regulatie” van hun verhalen allang elders gaan zoeken: vaak bij “peers” die nu eenmaal niet de skills hebben om zo'n volwassen klus op gepaste wijze te volbrengen.

(Over de redenen waarom kinderen of de ouders of de peergroep als primaire hechtingsfiguren aannemen - nooit beide tegelijk - lees je meer in Gordon Neufeld's "Hold on to Your Kids")

 

De gevolgen van deze trend zie je dan vooral in de tienerperiode, wanneer vele ouders aangeven hun kinderen kwijt te zijn. Kwijt aan de iPad, Playstations, speelkameraadjes. Het is een droevige bevinding, toch een rake – wanneer we bijvoorbeeld kijken naar ons eigen leven: wanneer ouders niet naar kinderen luisteren, wordt het een bijna onmogelijke klus om kinderen naar ons te laten luisteren opdat we onze kinderen kunnen helpen om tot een autonome, wijze en rijpe zelfsturing te komen. Ouders vervallen dan al snel in allerlei tips en tricks om gedrag te sturen/controleren en echte verbinding kan zoek lijken.

 

Er is tijd nodig om naar elkaar te luisteren. Dat kan helaas niet tussen de soep en de patatten… Wél is het broodnodig om kinderen te helpen omgaan met een wereld die ook een loopje dreigt te nemen met ons volwassenen. 

Elke investering van tijd in kinderen die er voor zorgt dat wij hun gidsen blijven is goud waard. Het is een investering die op de korte en lange termijn loont: emotioneel, relationeel, zelfs financieel. Het is veel lastiger om kinderen weer aan ons te verbinden wanneer we ze eerst al zijn kwijt geraakt.