Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Het “moeten leren” discours

Gisteren schreef ik de blogpost “De emoties van kinderen: faits divers?” We – zo vind ik althans – leven in een cultuur waarbinnen het emotionele leven van kinderen stelselmatig wordt gebagatelliseerd. Ik toonde me niet mild voor experten en zeker ook niet voor onze instituties, die in hun huidige vorm baby's en jonge kinderen niet kunnen aanbieden wat ze nodig hebben – niet enkel om te overleven, maar om te stralen (to thrive).

 

Maar wat maakt nu dat het opvoedingsmodel zoals het vandaag bestaat zo algemeen aanvaard wordt? Wat maakt dat we er vaak voor kiezen niet gewoon responsief op de emotionele communicatie van onze kinderen te reageren?

 

Een aantal factoren spelen hierbij een rol (dit is één van een reeks blogposts die nauw met elkaar verbonden zijn). Eén belangrijke factor is te vinden in het discours van opvoedingsexperten; een discours dat intussen wijdverspreid is. Dat discours kan samengevat worden in één zin: Maar ze moeten het toch leren.”

 

 

Dus…

* We moeten niet reageren op huilende baby's want… “ze moeten zichzelf toch leren reguleren” (maar nogmaals, “self-soothing” bestaat niet)

* We moeten niet reageren op boze peuters want… “ze moeten zich toch leren gedragen”

* We doen de weerzin van baby's om dag in dag uit urenlang weg van hun hechtingsfiguren door te brengen af met … “ze moeten het toch leren om zonder mama of papa te zijn”

* We laten kinderen alleen 's nachts met hun angsten … “want ze moeten toch leren dat ze niet altijd hun goesting kunnen krijgen”

...

 

Een heel ander perspectief krijgen we wanneer we ervan uit gaan dat baby's niet als ongeschreven bladen geboren worden maar met ingebakken verwachtingen. De verwachting om gekoesterd te worden, geborgen te zijn, beschermd te worden, dag en nacht (wij mogen als ouders wel vinden dat de babykamer een veilige omgeving is, kinderen hebben generaties lang bij hun ouders geslapen om de nacht veilig te doorstaan, hetgeen diep in hun genetische make-up aan verwachtingen zit ingebakken). Een verwachting om te mogen leren, in het midst van het leven, met significante hechtingsfiguren nabij. De verwachting dat ze als kinderen welkom zijn ook...

 

Een kind wordt autonoom, niet door gepusht te worden richting zelfstandigheid, maar omdat hij of zij zich zo voldragen weet in de onafhankelijkheid dat hij alle tools heeft om stevig op beide benen te staan. Ja, deze vorm van autonomie vergt wat meer rijptijd. Maar het discours “ik ga je niet dragen hoor” is een vroegtijdig afbreken van de natuurlijke afhankelijkheid van kinderen, hetgeen resulteert in een onafhankelijkheid die onaf is. Eén van de manieren waarop je dit kan waarnemen is in de afhankelijkheid van kinderen van hun peers. 'Nourishment' (voldragenheid ook) is de basis voor een gezonde opvoeding, en dat is net waar het kinderen in onze samenleving al te vaak aan ontbreekt.

 

Wanneer kinderen tekenen van stress vertonen, dan kunnen we zeggen “maar ze moeten toch leren...” Een heel ander perspectief is dat van luisteren. Ervan uitgaande dat baby's en kinderen kenbaar maken wanneer de discrepantie tussen hun verwachtingen en de werkelijkheid te groot is geworden (misschien omdat onze maatschappij zo snel is geëvolueerd en niet langer strookt met het aangeboren intelligent weten dat een baby vertoont met als doel te overleven met als basis verwachtingen die reeds generaties lang zijn doorgegeven).

 

Ik denk hierbij telkens aan het voorbeeld dat beschreven staat in Jean Liedloff's “het verloren geluk” (Liedloff deed onderzoek bij een indianenstam in Venezuela). Ze beschrijft de situatie van een vader die een speelbox had gemaakt voor zijn baby. Toen hij de baby erin zette en wegging begon het kind heel heel hard te huilen. De vader erkende gauw zijn fout, zo schrijft Liedloff, en haalde de baby snel weer uit de speelbox. Die hij tot brandhout herleidde.

 

Hoe anders gaat het bij ons, vandaag de dag… We zouden het huilen al snel als volgt kaderen:

“het gaat wel over”

“hij moet toch niet zo veel aandacht krijgen de hele tijd”

“hij moet toch leren alleen te spelen”

 

Het kan handig zijn, als ouder, om je bewust te zijn van van het “moeten leren” discours. Het kader van waaruit Liedloff ons uitnodigt om te denken – en dat strookt met wat we vandaag leren over trauma bij kinderen – is dat baby's en kinderen weliswaar niet zo ontwikkeld zijn als volwassenen, maar dat ze wel hun noden kunnen aangeven; en dat ze deze ook kennen; dat ze rechtmatige verwachtingen hebben (en ons niet al van kindsaf "een loer proberen draaien"). Worden deze verwachtingen niet ingevuld dan ontstaat trauma – in de meest milde vorm kunnen we trauma zien als de vorming van een “onecht zelf”. Je kan het ook zo zien dat kinderen de signalen van hun lichaam niet langer durven te voelen/vertrouwen.

 

Dit geldt evenzoveel voor moeders en vaders overigens. In onze cultuur moeten zij ook “vanalles leren” – en vooral niet te veel hun intuïtie om hun kinderen écht te voeden (to nurture) te volgen.

 

Wat als we onszelf wél kunnen vertrouwen? Maken we dan niet een grote fout?