Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Waarom je blij mag zijn als je kind boos is

Vrolijke kinderen, alles altijd op de rails. Kinderen die luisteren, die van je houden en dat ook laten zien, met knuffels en kusjes. Zoals op de plaatjes. Een heerlijk beeld, niet?

 

 

 

 

Dat dit beeld niet altijd strookt met de waarheid hoef ik allicht geen enkele ouder te vertellen.

 

 Flickr Commons, Bernadeta

Flickr Commons, Bernadeta

 

Er zijn conflicten, er zijn ruzies. Er zijn zelfs hele periodes waarin chaos, boosheid, en strijd lijken te primeren op de vredige atmosfeer van weleer.

 

 

Gelukkig zijn kinderen boos. Waarom gelukkig?

 

Kinderen kunnen lang met een ervaring die ze hebben gehad met hun ouders blijven rondlopen. Ze zijn er boos over en ze willen gehoord worden. Misschien denken ze nare dingen over zichzelf als gevolg van deze situatie. In ieder geval - de boosheid is sluimerend of niet zo sluimerend aanwezig. Zolang ze deze boosheid uiten, ligt de mogelijkheid van herstel binnen handbereik. Zolang het kind boos is, verwacht hij iets van de ouder. Hij of zij verwacht begrip, herstel. Een fijne relatie ook. Op zich is dit mooi: het kind heeft een wens voor de relatie. Het kind verwacht dat de ouder – die natuurlijk niet perfect is – naar zichzelf wilt kijken en in de mogelijkheid is om te transformeren. Wanneer we als ouder de boosheid van ons kind ontvangen en luisteren (op zich al moeilijk genoeg :-)), dan komt de eigenlijke oorzaak van die boosheid (soms iets uit een ver verleden of een opeenstapeling van dingen) als vanzelf naar boven. Het vraagt soms een paar zo'n luistersessies voor de boosheid effectief opgelost geraakt – en ook de keuze van de ouder om de onderliggende vraag van het kind in rekening te brengen bij volgende situaties.

 

 

Hoor of voel je geen boosheid meer bij je kind? Dan kunnen er twee dingen zijn gebeurd. Aan de ene kant kan het zijn dat deze boosheid is opgelost. Dat zal je merken, want, je relatie zit weer goed en dat voel je. Aan de andere kant kan het zijn dat je kind de boosheid heeft ingeslikt en/of niet langer van de ouders verwacht dat hij met zijn boosheid of gevoelens bij hen terecht kan; dat ze ermee om kunnen.

 

Een kind voelt dan dat het geen recht heeft om boos te zijn en kan deze boosheid ook “vergeten” (lees: onderdrukken). Heel vaak zie je dan dat die boosheid overgaat in angst en/of irritatie. Een kind kan dan reageren met angst in situaties waarin hij of zij eigenlijk boosheid heeft ervaren (bijvoorbeeld bij de dokter). Hij of zij kan ook met een sluimerende irritatie en ergernis reageren op de ouders, die op hun beurt met hun handen in het haar zitten: 'wat hebben we nu weer gedaan?'

Wat ook kan is dat de boosheid die oorspronkelijk op de ouders was gericht zelf-destructieve vormen aanneemt. Vanochtend stond nog in de krant dat 1 op 5 jongeren zichzelf verwondt. Een andere vorm van zelf-destructief gedrag is bijvoorbeeld anorexia nervosa.

 

 

Wanneer de ouders de boosheid van hun kinderen nooit hebben geaccepteerd of beluisterd – iets wat we vaak zien in onze cultuur die bestraffend reageert op dergelijke boosheid - dan komt er vaak een tweede moment waarop een kind – die de boosheid heeft onderdrukt – terug ervaart: wanneer hij of zij zelf papa of mama wordt.

 

Vaak zoekt een kind in zo'n situatie nogmaals de gelegenheid op om deze boosheid te gaan verwerken. Liefst met de ouders. Zijn de ouders er niet in geslaagd om enkele onderhuidse patronen op te lossen en/of te luisteren naar de nieuwgevonden boosheid van de kinderen, en slagen ze er ook nu niet in, dan kan het zijn dat de kinderen – intussen volwassen – opgeven. Ze begrijpen dat ze met hun ouders niet de relatie zullen hebben die ze ergens zouden willen. Ze interpreteren dat het geen zin heeft om nog te proberen beluisterd te worden en tot een verstandhouding te komen (die genezing impliceert).

 

Het voordeel van zo'n “opgeven” is dat een relatieve rust in de relatie terugkeert. Het nadeel is dat er een aanzienlijk prijskaartje aan deze “oplossing” hangt: een verlies van verdieping in de relatie; verlies van authenticiteit. Het kind gaat elders zoeken wat het eigenlijk – vaak rechtmatig – had verwacht van de ouders. De relatie kan een oppervlakkig of doods karakter krijgen.

 

Zolang je kinderen boosheid voelen vechten ze nog voor de relatie. Geven ze op, dan geven ze ook voor een stuk de relatie op.

 

(Voor iedereen wie ooit een scheiding heeft meegemaakt zal dit herkenbaar klinken: zolang je boos bent, vecht je voor de relatie, voor jullie. Stopt de boosheid en is de relatie toch niet vervullend voor beide partijen? Dan komt de relatie pas écht onder druk staan.)

 

Onze cultuur heeft heel veel moeite met de boosheid van kinderen. We vergeten vaak hoe rechtmatig die boosheid wel niet is (wat overigens niet wilt zeggen dat we dan alles moeten doen om ons kind te “pleasen”). Het kan helpen om de situatie door de ogen van ons kind te bekijken om tot het punt te komen om de boosheid van je kind te gaan begrijpen – om het vervolgens te ontvangen.

 

 


Is er bij jou thuis een sfeer van boosheid, ergernis, een constante machtsstrijd? Neem gerust contact op en samen werken we aan meer harmonie bij jou thuis!