Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Een verhaal over de poolster

Zonsondergang, en daar was de poolster. Helder aan de hemel. 

 

Zo stralend, zo zeker, zo helder. Duidelijk. 

 Philip McErlean, Flickr Commons

Philip McErlean, Flickr Commons

 

Plots kwam er een wolk voorbij. Ik kon de poolster niet meer zien. Ik vond haar ook een hele tijd niet meer terug, zelfs niet nadat de wolk verschoven was.

 

Zo, dacht ik, zo voelt het om een ouder even - of langer - ‘kwijt’ te zijn (ik denk dan aan depressie, burnout, enz.).

 

Hoe desoriënterend. Hoe angst-inducerend. Hoe donker. Hoe eenzaam. Hoe verloren (kompas kwijt). 

 

Je kind kan zich - begrijpelijk - boos voelen, verdrietig, en ook wel zeer angstig. Heel vaak verliezen we als ouder dan (verder) ons (zelf)vertrouwen. Hoe krijgen we ons kind terug? Vanwaar die boze buien? Vanwaar die angst? We beginnen het gedrag van onze kinderen (vaak ook een eigen schuldgevoel) te “managen” waarmee we ons alleen nog meer woede op de hals halen. Want, die drang om te controleren, die verraad een diepe onzekerheid, hetgeen onze kinderen dan weer een onveilig gevoel geeft. Daar moet hun instinct tegenin gaan, want het is levensbedreigend.

 

Eigenlijk vragen ze: “Waar ben je nu? Kom je nu terug in je kracht? Ik reken op je maar ik vind je niet?”

 

Bij tal van “opvoedings- en hechtingsproblemen” is een eerste belangrijke stap vaak dat ouders zich weer identificeren als de “poolster” voor hun kinderen. Dat ze zich realiseren dat zij dé beste ruggesteun zijn voor hun kinderen die er is. Niet die ene of andere “expert” die je aan de kant schuift om de problemen binnen je gezin even snel te gaan “oplossen”. Geen surrogaat. Niemand die het beter weet. Maar jij die beseft dat JIJ het weet. Je kind heeft jou nodig. Mama. Papa. In je kracht.

 

Wanneer je er weer staat… kan genezing beginnen. Dan komt er ruimte om verdriet een plaats te geven; om boosheid veilig te uiten. Om te helen. Om hechting dieper dan ooit te verankeren.