Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

“Wenen is als pipi doen”

Bij de opvoeding van mijn dochter schenk ik nogal wat aandacht aan het vrij kunnen invoelen van lichaamsfuncties.

 

Zo vind ik het belangrijk dat mijn dochter zelf kan kiezen hoeveel ze eet. Ik reik een gevarieerde voeding aan volgens een ritmisch schema en zorg voor gezonde tussendoortjes. Toch zal je mij nooit horen zeggen: “Kom, eet nog een hapje meer.” Wat je mij wel hoort zeggen? “Je hebt genoeg? Volg je buikgevoel maar.” Haar buikgevoel is even accuraat wanneer het gaat om desserts dan hoofdmaaltijden. Een ijsje krijgt ze vaak niet op. Mijn motivatie om de maaltijden op deze manier aan te pakken? Mijn dochter toe laten om te blijven invoelen wat haar lichaam haar vertelt. Wat genoeg is. Vermijden dat ze “met haar hoofd” gaat eten.

 

Ik vind het ook belangrijk dat mijn dochter gewoon naar de WC kan gaan wanneer dat nodig is. Dat klink misschien logisch – toch herinner ik me tijden uit mijn eigen jeugd wanneer ik enkel naar de WC kon als het “speeltijd” was en dus al vroeg leerde vanalles op te houden. Niet zo gezond. Krijg je buikpijn van.

 

Wat ik misschien nòg belangrijker vind is dat mijn dochter vrij haar emoties kan uitdrukken. Dus: gewoon kan huilen wanneer ze droevig is. Boos kan zijn. Al help ik haar natuurlijk wel om dit op een gepaste wijze uit te drukken. Dit is meteen ook de basis voor het voorkomen van trauma of stressherstel: het lichaam vertrouwen in wat het wilt uitdrukken. De bewegingen die het lichaam wilt maken volgen én op gepaste wijze toelaten.

 Flickr Commons, Sage Ross

Flickr Commons, Sage Ross

 

Ik zeg het vaak tegen mijn dochter wanneer iemand in het straatbeeld haar vertelt: “daar hoef je niet om te wenen” wanneer ze valt: “Huilen is zoals pipi of kaka doen. Die tranen willen er gewoon uit. Huil nu maar lekker.” Ergens las ik het mooi: “zodat er weer volop ruimte kan komen om blij te zijn.” Want, inderdaad, wanneer alle stress echt uit het lichaam verdwenen is komt kracht tevoorschijn, stralende kracht.

 

Toch heeft onze cultuur het hier zeer moeilijk mee. “Stop nu eens met wenen” hoor ik zo vaak. Of: “Dat is niet om te wenen!” “Kijk, dat kindje weent toch ook niet!” Vaak is iets misschien niet om te wenen, maar nemen onze kinderen reeds een hele lading stress mee van de dag. Een gebeurtenis kan dan de laatste druppel zijn. En de ontlading zo cruciaal voor hun systeem.

 

Hoe meer ik werk rond trauma bij kinderen, hoe meer dit me boeit. Hierbij laat ik me inspireren door het werk van Peter Levine. Bij trauma is het vaak zo dat een energie van vluchten, vechten of bevriezen onvoldoende werd ontladen en bijgevolg vast komt te zitten in ons systeem. Eén van de manieren waarop ons systeem spanning ontlaadt is door te huilen, te trillen, te schudden, te beven.

 

In ziekenhuizen zie je dat zeer vaak: een kind dat een grote val heeft gemaakt of zich erg heeft pijn gedaan trilt. De lippen beven. Het kind schudt. Huilt tranen met tuiten. Dit is een zelf-genezend proces dat ons lichaam doormaakt om van de schok te herstellen. Toch zijn zelfs dokters er in eerste instantie op gericht “het huilen te doen ophouden”. Ze zeggen “het is niets”, “daar moet je niet om huilen” of leiden af “wat een mooie tekening!” Zich onbewust van het belang van deze lichamelijke respons – huilen wilt zeggen dat dìt kind een stress-reactie doormaakt – houden artsen én ouders ontlading vaak tegen. Het resultaat daarvan kan zijn dat een kind angstig wordt en bepaalde zaken zal gaan vermijden.

 

Wat kan je in zo'n situatie dan wel doen? Voor een kind het kader scheppen dat hij of zij zal genezen. Dat alles goed komt. En dat wat er gebeurt in het lichaam - het huilen, schudden en beven - natuurlijke reacties zijn, die het kind helpen bij het herstel, ook psychologisch. Ook kan het belangrijk zijn expliciet te vertellen wat er is gebeurd en hoe het kind zich daarbij voelde. Het huilen van het kind zal dan vaak nog even toenemen. Zo kan een kind tot volle ontlading komen en de gebeurtenis cognitief, emotioneel én energetisch “plaatsen”. Het kan zelfs belangrijk zijn angsten die je bij een kind kan vermoeden te benoemen, bijvoorbeeld “je kon er niets aan doen.” Een kind zal dan harder gaan wenen, maar ook verder ontladen.

 

“Als tranen willen komen, laat ze er dan uit,” zeg ik dus tegen mijn dochter. Meer en meer kan ik het ook zelf: huilen zonder schaamte, mijns inziens een hele uitdaging voor velen van onze generatie ouders. Huilen en herstellen. De kracht van mijn lichaam hervinden. We leven in een burn-out cultuur. Onze stress-systemen zijn overbelast en onder-ontladen. Dit heeft een prijskaartje. Eén van de belangrijkste dingen die we voor onze kinderen kunnen doen is hun stresssysteem in evenwicht helpen houden en hen de tools geven om hier op een bewuste manier mee om te gaan.