Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Drie alomtegenwoordige "don'ts"

Een kort tekstje van Artie Wu van Preside Meditation. Zo relevant voor ons, opvoeders… Er zijn zo veel momenten waarop we schuld, vergelijk en sarcasme in onze kinderen installeren.  Ik geef hieronder de Engelse tekst van Artie Wu en schrijf ertussen wat ik dagelijks hoor... Het deed mij alvast nadenken...

 

LMAP

Flickr Commons LMAP

 

"When a person has a constant feeling of being “never good enough”, they will often lash out at others to try and shield this painful inner wound. Here are the three most common forms:

 

1. Blame

Blame is a powerful method of unloading the feeling of “never good enough”. This is the practice of taking a “bad thing”, no matter how trivial (“who forgot to unplug the toaster!?!?”), and assigning blame to someone, so that they are “pushed under” a little more.

The hallmark of this is when nothing can ever have “just happened randomly” — there always must be someone who did it, and the fault is always taken as a mark that there is something “wrong” with the person (“she’s always doing things like that — she’ll burn the house down someday!!!”)"

 

Die keer dat je kind viel en je zei “Je had maar beter moeten opletten!” “Jij bent toch zo onhandig!” Die keer dat je kind zich pijn deed en je zei - met irritatie - “ik had het je toch gezegd” ““Het is altijd wat met jou!” “Kan jij nu nooit iets goed doen?”

 

 

"2. Comparison-Making

Comparison-making is the act of taking one person and comparing them unfavorably to someone else, and pushing them under in the process.

“Why can’t you be more like _____?”

“Why can’t you make more money like _____?”

“Why aren’t you as thin and attractive as ______?”

The most vicious comparisons are the ones where (like your height, gender or ethnicity) you can’t actually do anything to change. They are inherent to who you are, and comparisons work to put you in state of identity shame."

 

“Kijk eens naar dat meisje! Zij is wél flink!” “Dat meisje weent helemaal niet hier bij de dokter, zie je dat?” “Wat een mooi meisje, kijk die doet wel kleedjes aan!”

 

 

"3. Ridicule and Sarcasm

The person who is a font of harsh sarcasm has himself been the deep recipient of this same kind of attack, for a sustained part of his life — this is a very specialized kind of “self-negativity dialect” that is not natural, and so if you have it, you absolutely learned it from somewhere, typically in childhood.

The sarcasm attack presumes that “everyone else knows something that you do not (…you dummy)”, and this is the extra edge of the pushing-under. There are a million other ways to say the same thing without sarcasm, even still with gentle humor and wit, but the ridiculer takes extra care to add the extra edge of sarcasm to push others under and keep himself afloat."

 

“Alé ze, ons prutserke” (Al lachend): “heb je het weer verbrot?” of “hey, zaagske” wanneer een kind huilt…

 

De drie categorieën zijn zo alomtegenwoordig in het straatbeeld in onze cultuur dat het zeker de moeite loont er even nader naar te kijken.

Wat zeg jij als ouder wel eens? De kans is groot dat je het als kind ook tegen jezelf hebt horen vertellen. Durf je in te voelen hoe dit voor jou voelde als kind? De pijn in te voelen?

 

Hard? Lastig? Zeker. Maar het maakt je vrij om vrij te kiezen hoe jij wilt reageren op je kind. Voorbij je eigen vroege conditionering en geautomatiseerde antwoorden...