Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Opvoeden "met de flow" van je kind mee

Sommigen onder jullie weten het al: ik ga ervan uit dat vele opvoedingsproblemen – “problemen met kinderen” – gecreëerd worden door ons, volwassenen. Dat is misschien niet fijn om te lezen: het betekent dat we ons niet langer kunnen verschuilen achter een kind dat “zomaar” lastig is, of “gewoon tegendraads.” Anderzijds is het ook handig en geeft het ons ouders perspectief: we kunnen zélf de motor van verandering zijn – om kleine veranderingen te bewerkstelligen, of zelfs om een heel tij binnen een gezin te keren.

 Flickr Commons, Jussie D. Brito

Flickr Commons, Jussie D. Brito

 

Eén belangrijk voorbeeld vind ik hoe we onze kinderen uit hun “flow” – ze leven werkelijk in het nu – halen en hen gaan vastpinnen op bepaalde zaken. Zo komt het vaak voor dat kinderen de ene dag bepaald eten ongelofelijk snel naar binnen werken en het de volgende dag met evenveel overtuiging laten staan. Kinderen eten met hun buikgevoel en dat buikgevoel is niet elke dag hetzelfde.

 

Wanneer onze kinderen dan eens iets laten staan, dan zeggen we algauw: “Wat? Lust je dat niet?” Kortom, van een zin of tegenzin bij ons kind in het moment, maken we meteen een vaststaand gegeven. De kans is dan veel groter dat je kind bij de volgende aanbieding van dat bepaald eten zegt: “Dat lust ik niet” – zo hebben we hen hun tegenzin immers helpen kaderen en interpreteren. Als we bij onze vraag “Lust je dat niet” nog zijn blijven aandringen: “eet dat nou eens op, gisteren lustte je dat wel” – dan is de kans nog groter dat onze kinderen bij een volgend aanbieden van dat bepaald eten met een dubbel verweer reageren.

 

Waarom niet gewoon zeggen: “O, wil je nu geen (rode kool)?” Zo laten we hen vrij om morgen “ja” te zeggen; om hun buiken te voelen; om vrij met eten om te gaan.

 

Hiermee wil ik overigens niet gezegd hebben dat we ons menu elke dag op onze kinderen horen af te stemmen. Zolang er enkele gezonde varianten op een bord te vinden zijn en mijn dochter één bepaald onderdeel hiervan laat liggen, zie ik weinig reden om van eten een strijd te maken. Zo'n strijd heeft immers zo zijn eigen en vaak grotere nadelen dan een kind dat eens een avond geen rode kool – ik zeg maar wat – eet.

 

Essentialiseren – van iets dat in het “nu” gebeurt een vaststaand gegeven maken – doen we helaas ook met onze kinderen zélf. Laatst zat ik in een wachtkamer met mijn dochter om bij een dame te gaan die ze erg leuk vindt. Ze was dolenthousiast om er te zijn en het was lang wachten. Dus ze schaterlachte. “Wat een luid kind”, zei een mevrouw. Mijn dochter kreeg dus vanuit één piepkleine interactie – hooguit één minuut – een “label” opgeplakt van “luid kind”. Kinderen bewegen vrij in hun emoties. Ze ervaren de hele “range” zonder schaamte. Tot labels te vaak op hen werden geplakt. Het hele spectrum van wie mijn dochter is – soms luid, ook vaak stil of soms wat tussenin en alles dààrtussen – was er in dit voorbeeld plots niet meer. Ook werd ze beoordeeld in plaats van gezien: ze was immers enthousiast eerder dan luid.

 

Het gebeurt wel vaker dat ik volwassenen – op straat bijvoorbeeld – een kind na een minutenlange interactie “een stempel zie drukken”: “wat een sociaal kind”, “wat een boos kind”, “wat een koppig kind”. Het lijkt alsof kinderen gewoon niet kunnen ontsnappen aan onze labels en beoordelingen. Ik zou me gewoon niet kunnen voorstellen zo veel beoordeeld – ook vaak veroordeeld – te worden als kinderen. Van het ene moment op het andere - lees: constant - en vaak door wildvreemden. Soms gebeurt dit zelfs al van het moment dat ze geboren zijn. Tal van cliënten komen naar mijn praktijk, worstelend met een idee dat ze hebben over hun kind; een idee dat hen werd ingeprent door een verpleegster – precies op dat fragiele moment dat de geboorte is. “Oei, da's een lastig ventje, dat zie ik nu al!” of “dat zal een koppige zijn hoor!” We komen ook als ouders niet zomaar los van de stempels die anderen op onze kinderen plakken: ze raken ons diep en vaak gaan we ons ernaar gedragen. Dit zorgt er vaak voor dat onze kinderen net vast komen te zitten in die karaktereigenschappen.

 

Daarnaast hebben alle emoties hun waarde: zo zijn er best wel situaties waarin “koppig” goed kan uitkomen, evenals “boos” enzovoort. Essentialiseren betekent vaak “beschamen” wanneer we kinderen karaktereigenschappen toemeten met een energie van “goh, wat lastig” – zoals de mevrouw deed bij mijn dochter. Kinderen die daarentegen courant als “lief” worden bestempeld, kunnen zich dan weer angstig voelen om deze stempel te verliezen. Ze verliezen dan de goedkeuring van zichzelf om boos te mogen worden wanneer een situatie dit vereist. Essentialiseren is vernauwen en voor een kind in volle groei zou dit wat mij betreft uit den boze moeten zijn.

 

Laat kinderen heel het spectrum van hun zijn exploreren, vrij in de tijd. Laat kinderen alle aspecten van zichzelf ontdekken zodat ze zich thuisvoelen bij al hun emoties.