Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Liefdevol aanwezig zijn bij een huilend kind

Ons cultureel antwoord op kinderen die huilen is vaak - hen zo snel mogelijk laten stoppen met huilen. Toch is dit niet altijd - nooit? - de beste benadering. 

 

Kinderen huilen wanneer hun zenuwstelsel overbelast is geraakt. Huilen biedt dan een natuurlijke ontlading (lees: oplossing). Het is dan eigenlijk heel nuttig om een kind - met jouw zachte aanwezigheid - te laten huilen tot hij of zij helemaal klaar is. Hoe weet je dat hij of zij klaar is? Aan de heerlijke zucht die alles afsluit, en de nieuwe opstoot van frisse energie. Op zich heel helend om mee te maken.

 

Toch leven wij in een cultuur die over het algemeen zeer oncomfortabel is met de gevoelens van kinderen - en volwassenen. Dit zorgt er echter ook voor dat de emoties van kinderen weinig gereguleerd blijven. Met andere woorden - dat ze niet goed weten hoe ze aanwezig kunnen blijven bij hun emoties. Want dat is nu eenmaal emotionele regulatie: bij het ongemak kunnen blijven, het je liefdevolle aanwezigheid kunnen geven, de lichamelijke sensaties durven voelen - erop vertrouwend dat de storm met liefde zal gaan liggen. (Dit is overigens ook zo in het geval dat iemand te veel blijheid ervaart - denk aan een verliefdheid die je helemaal opslorpt. Het gaat dus niet enkel om wat we labellen als "negatieve emoties")

 

Onze generatie ouders heeft deze vorm van “presence” of het samen omarmen van de emotionele highs en lows meestal zelf nooit mogen ervaren. Vaak reageren we op de emoties van onze kinderen met vecht- of vluchtreacties. We negeren ze of we gaan in de aanval (niet zo anders dan een kind dat een ander kind slaat trouwens, alleen is het nu verbaal): “kan jij nu nooit eens…” “als je nu niet… dan…” enzovoort.

 

Het vraagt dus best wat oefening voor ons om gewoon aanwezig te zijn bij onze kinderen en om hen te ontmoeten waar ze zijn. Een eerste voorwaarde is dat we zelf ons zenuwstelsel rustig kunnen houden. Dat we eventuele paniekverhalen of verhalen die we onszelf vertellen dat er iets mis is met onze kinderen laten voor wat ze zijn: verhalen. Het vraagt ook van ons dat we aanwezig kunnen blijven bij onze kinderen zonder dat we een “quick fix” willen voor hun (of voor ons eigen) ongemak. Het vraagt van ons dat we oefenen om onszelf veilig te voelen bij harde emoties in onszelf en in onze kinderen, bij het leven zoals het is.

 

Het mooie is dat we eigenlijk allemaal diep vanbinnen weten wat emotionele regulatie écht is. Kom je zelf als volwassene in de problemen en zoek je steun bij een therapeut, dan zou je (volgens mij) nooit bij die therapeut blijven gaan wanneer die herhaaldelijk je gevoelens zou afdoen met “dat is toch niet zo erg”. We weten ergens diep vanbinnen dat zo'n reacties geen échte hulp bieden. We voelen ons erkend en werkelijk ondersteund wanneer iemand met aandacht luistert; wanneer iemand er is voor ons en ons in onze eigen kracht houdt. Iemand die in ons gelooft en die gelooft dat we door de storm komen. Iemand die de storm niet afdoet als “onbelangrijk” maar ook iemand die ons niet aan ons lot overlaat. Iemand die liefdevol aanwezig is. 

4382151206_0c338e541c_m.jpg

 

Liefdevol aanwezig zijn vraagt dus vooral een verandering in onze innerlijke houding. Misschien meest van al nog een ont-stressen in ons dagelijks leven. Een ons herinneren van wat nu echt het belangrijkste is. 

 

Liefdevol aanwezig zijn vraagt dus vooral een verandering in onze innerlijke houding. Misschien meest van al nog een ont-stressen in ons dagelijks leven. Een ons herinneren van wat nu echt het belangrijkste is. 

 

Het kan ook helpen om even te bekijken hoe we aan onze kinderen vertellen dat we niet weten wat we met hun emoties kunnen doen (en ze dus niet reguleren). Je zal al gauw zien dat dit - helaas - onze culturele “modus operandi” is. Helaas, want de gevolgen zien we overal. In plaats van (als volwassenen) aanwezig te zijn bij onze pijnlijke en te hevig blije gevoelens zetten we ons ongemak om in koopdrang, roken of drinken we onze zorgen weg, worden we boos op onze kinderen, schieten we in een immobiliserende paniek, gaan we obsessief om met voeding, enzovoort enzoverder. Het lijkt wel of in onze cultuur maar een kleine minderheid van de mensen werkelijk over emotionele regulatie beschikt. Dat is niet zo'n toeval, gezien de grootouders van vandaag verteld werd dat liefdevolle aanwezigheid bij een emotionele uitbarsting zou leiden tot verwende kinderen.

 

Hier een kleine opsomming van “courante” antwoorden op droefheid of boosheid bij kinderen:

  • “ga je nu al stoppen?”
  • “stop met wenen of we gaan naar huis!” (en alle varianten op dit thema)
  • “doe eens niet zo onnozel”
  • “zeg huilbaby”
  • "hier, een snoepje"
  • “jij bent toch al groot?”
  • “dat is toch niet erg?”
  • “iedereen kijkt naar je”
  • “is het nu al gedaan met mij te beschamen?”

en ook:

  • kinderen negeren
  • snel een pagina van een boek omslaan waarop te zien is dat kinderen ruzie maken
  • “’t is al voorbij hoor” (vaak horen we dit terwijl het voor het kind duidelijk nog niet voorbij is: hij of zij is nog midden in een stortvloed van emotie)
  • “dan had je maar niet moeten… ”
  • “’t is al beter hoor”

...

 

We denken vaak dat het “verplicht” is om dit soort antwoorden te geven. Wat zullen omstanders wel niet denken? In mijn ervaring is het vaak zo dat omstanders vaak vinden dat we zo hard reageren (of helemaal niet reageren) en daarom zo kijken. Dat ze onze emotionele aanwezigheid echt wel kunnen waarderen wanneer we die geven: "ik wou dat ik zo rustig kon blijven bij een uitbarsting”. Iedereen herkent liefde wanneer hij of zij liefde ziet. Het raakt ons allemaal. Zelfs al zou niet iedereen er zo over denken - je stapt mee in een proces van verandering wanneer je niet kiest voor een nieuw "gangbaar antwoord." De impact is groot en gaat ver voorbij je kinderen.

 

Nogmaals: heel veel problemen met onze kinderen komen voort uit een gebrekkige emotionele regulatie. Dat gaat van depressies, over eetstoornissen, roken, drinken, vluchten in de peer-cultuur, of in shoppen, boosheid en irritatie naar de ouders, enzovoort. Die nadelen willen we niet en zitten intussen zo ingebakken in onze cultuur dat we vele van deze neven-effecten al als “normaal” zijn gaan beschouwen. Tijd om het tij te keren!