Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Meisjes, jongens

Mijn dochter is inmiddels 4. Ze vindt het onderscheid tussen jongens en meisjes best interessant. We hebben thuis een boek liggen waarin jongens én meisjes gewoon als zichzelf beschreven worden: vaardige kleine mensen die de héle wereld boeiend vinden en alle details ervan in zich willen opnemen. Nadien wordt ook gekeken naar een paar verschillen: de één een penis, de ander een vagina en elk wat andere interne organen erbij. Zo. Klaar.

 

Maar dan komen we weer in de "echte" wereld terecht.

 

 

 

Mijn dochter houdt van auto's – o wat houdt ze van auto's!

En van blauw.

 

Vooral misschien van blauwe auto's.

 

 

 

Maar ook van alles roos, geel, groen, paars, grijs, zwart. Niet zo van bruin momenteel.

 

Van poppen en knuffels en cafeetje spelen.

 Flickr Commons, Thomas Hawk

Flickr Commons, Thomas Hawk

 

Maar dus elke keer dat we naar de speelbibliotheek gaat en iemand maant haar weer aan om de “roze fiets” te kiezen “omdat die voor meisjes is” –

 

Elke keer dat we op bezoek gaan bij mensen die zich excuseren: “Er is enkel jongensspeelgoed. Wat auto's enzo...”

 

Elke keer dat ze terugkomt van een uitstapje met de zin: “Dat is voor jongens”

 

Dan bonst mijn hart hard in mijn keel.

 

 

 

Want,

 

stel je nu eens voor dat ze op een dag thuiskomt en gelooft (aanvaardt!)

 

dat auto's voor jongens zijn

 

en dat blauw een jongenskleur is

 

 

 

 

Ik mag me niet inbeelden dat haar wereld – haar speelveld van alle dingen waar ze graag over wilt leren en die ze graag wilt beleven – plots gehalveerd zou zijn...

 

… door wat ondoordachte zinnen die zijn blijven nazinderen in onze collectieve woordenvloed – zonder enig nut.