Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Wordt jouw kind een “goede eter”? 11 tips

“Dat is wel echt gek dat je dochter zo veel smaken lust,” zei de ober, terwijl ik “nee dank je” gebaarde voor het snoepje. Eerder had hij al te kennen gegeven dat hij het gek vond dat mijn dochter kardamom heerlijk vindt en zich liet gaan wanneer hij haar Libanese snacks en dips voorschotelde.

 

Deze blog is voor mama's, papa's en opvoeders die wel eens worstelen met de vraag “hoe vermijd ik dat mijn kind een moeilijke eter wordt?”

 

Er zijn natuurlijk allerlei soorten kinderen, elk met hun eigenheid. Toch heb ik een aantal tips en tricks die voor iedereen nuttig zijn.

 

 Flickr Commons, PercyGermany

Flickr Commons, PercyGermany

 

1. Stop met veronderstellen dat kinderen “moeilijke eters” zijn.

 

Kinderen zijn zichzelf, maar ze bewegen nog het meest van al mee met onze verwachtingen. Bijna elke conversatie die ouders hebben met elkaar en met hun kinderen over eten vertrekt van de impliciete aanname dat kinderen “moeilijke eters” zijn en heel veel niet lusten. Het is omwille van deze aanname - en de angst die deze bij ons teweeg brengt - dat vele opvoeders van jongs af aan met een zekere dwang proberen om hun kind toch maar dingen te laten eten die hij of zij eigenlijk niet wilt eten. Dit is werkelijk contraproductief. Vertrouw je kind en weet dat het heel “natuurlijk” is – biologisch gezien steek houdt – dat je kind eet wat jij eet, zolang we niet te veel interfereren met hun natuurlijke (en geleidelijke!) drang om ons te volgen.

 

Hoewel de ober het praatje natuurlijk goed bedoelt, kan je in zijn woorden ook lezen “het is toch 'normaal' dat kinderen veel niet lusten”. Kinderen horen dit ontzettend vaak en nemen zo'n onuitgesproken betekenissen mee. Dit is – meer dan gelijk wat anders – waar ze zich op richten om helder te krijgen wie ze zijn en wat ze horen te doen.

 

 

2. Stop met je kind te belonen omdat hij of zij iets “gezonds” eet.

 

Met dat belonen zeg je vooral: “dat had ik eigenlijk niet verwacht.” Maak van mee eten de normaalste zaak van de wereld.

 

 

3. Geef lang borstvoeding – ja, dat mag ver voorbij de 3 of zelfs 6 maanden na de geboorte

 

Onze cultuur heeft de neiging om heel wat “klusjes” die ons lichaam automatisch doet te willen overnemen. Dat kan nuttig zijn, maar het is vooral vermoeiend. Want wat we willen overnemen vraagt vaak veel meer zorg dan de automatische garanties die het lichaam biedt.

 

Kinderen die moedermelk drinken worden op een zachte en systematische wijze bloot gesteld aan tal van nieuwe smaken – een beetje afhankelijk natuurlijk van het smakenpallet dat een mama kan waarderen. Gekruid, pikant, zoet, zuur, alles wordt al even geproefd gemengd met een bekende smaak en textuur van melk.

 

Hiertegenover verdwijnt de regel 'biedt iets 10 keer aan' in het niets wanneer het gaat over efficiëntie (en succes)...

 

 

4. Wil je kind iets niet eten, zeg dan niet meteen “lust je dat niet?” Zo maakt je iets “vast” van een – wat zeer gewoon is bij kinderen – fluctuerende ervaring. Kinderen hebben soms geen zin in bepaald eten. Zet je er dan meteen een "tag" bij “dit lust hij/zij niet” dan wordt dit ook een realiteit voor je kind.

 

Je kind zal in onze cultuur vaak in aanraking komen met “dat lust je niet”. Gebruikt je kind zelf deze taal, dan kan je beslissen om het gewoon los te laten. Bedenk in jezelf “dat lust hij/zij nu niet”.

 

5. Dit laatste is heel belangrijk want wanneer onze kinderen iets niet willen eten, dan binden we vaak de strijd aan: we proberen hen op allerlei manieren dat wat ze niet willen eten tòch te laten eten. We dwingen kinderen te proeven, proberen al spelend toch vanalles in hun mond te krijgen, of gaan zeuren dat ze “niets lusten”. Hiermee lopen we het gevaar dat

 

– kinderen eten gaan associëren met “vervelend”

– Kinderen dingen niet willen eten “om de strijd” (voor elke “push” is er een “tegenpush”)

– het idee dat het kind het eten “echt niet lust” wordt versterkt

 

 

6. Probeer het eten dat je kind krijgt in de babytijd zo “zuiver” mogelijk te houden. Papjes uit de winkel mogen dan wel “handig” zijn, ze vervullen de behoefte van het kind nauwelijks wanneer het gaat om het exploreren van de wereld van smaken op dat moment dat ze er rijp voor zijn, namelijk wanneer ze interesse krijgen in eten. Wat kinderen niet meekrijgen in een “gevoelige periode” is altijd moeilijker om nadien mee te geven (maar niet onmogelijk natuurlijk).

 

 

7. Kinderen leren massa's uit jouw voorbeeld. Hoe sta jij tegenover eten en nieuwe smaken? Wat modelleer je?

 

8. Heel vaak hoor ik ouders praten met een soort van gedempte stem wanneer ze praten over wortels, maar hebben ze het over koekjes dan licht hun gezicht op. Let op voor je non-verbale communicatie over eten. Er zijn tal van manieren waarop we telkens impliciet de boodschap aan onze kinderen meegeven dat desserten lekkerder zijn dan ander eten (we zijn zelf ook opgegroeid met dit paradigma). Ook “als je dit eet, dan krijg je nadien je dessert” valt in deze categorie.

 

9. Laat je kind meekoken. Echt meekoken. Niet in een speelkeuken naast je zodat het “toch snel kan gaan” (ik begrijp de wens, echt!) maar laat hen roeren, dingen in de pan gooien, wegen, deeg kneden, … Je kan zelfs samen eens iets snijden.

 

10. Geef je kind de nodige autonomie wanneer het gaat over eten. Biedt gezond en gevarieerd eten aan. Toddler-proof je huis op (een overdaad aan) zoetigheden en chips en frisdrank. Maak de maaltijden gezellig en leuk. Stop met “nog één hapje” wanneer je kind gewoon klaar is met eten (dat ene hapje maakt heus geen verschil). Denk niet meteen – wanneer een kind een ijsje eet – “maar hij heeft nog geen groenten gegeten” maar kijk naar wat je kind doet. Kinderen die autonomie krijgen over eten – en dus hun buikgevoel mogen volgen – eten vaak maar een stukje van iets zeer zoets op. Hun instinct is niet “om te profiteren van de gelegenheid” (want straks krijg ik misschien geen ijsje meer) maar om te reageren op hun voortalige gevoel “zo'n half ijsje is echt wel genoeg.” (Vaak hebben ze nadien toch nog nood aan groenten enz.)

Heeft je kind het intussen moeilijk om “zijn of haar buik” te volgen? Begeleid je kind dan terug naar de sensaties van “genoeg, te veel, te weinig, voelt fijn, voelt niet fijn” – dat is altijd een cadeau voor kinderen.

 

 

En… last but not least:

 

 

11. Relax rond eten. We leven in een cultuur die zo krampachtig de eetgewoonten (maar ook slaapgewoonten en dergelijke) van onze kinderen tracht te monitoren dat kinderen in eerste instantie al reageren op de angst die onder deze krampachtigheid schuilt. Probeer te vertrouwen en je kind te vertrouwen.

 

 

Ps: geef je kind ook de kans om te experimenteren. Ik herinner me dat mijn dochter eens rauwe ajuin wilde eten en iemand die bij ons aan tafel zat zei "oh maar dat ga je niet lekker vinden hoor!" Wat bleek? Ze vond het heerlijk :-). Laat hen experimenteren, dat is deel van de vreugde van smaken te ontdekken. Combineren, prepareren, wat spelen erbij. Niet zo erg, toch?