Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Een tafel met 2 poten

Een mama, een papa, een baby.

Een mama, een mama, een baby.

Een papa, een papa, een baby.

 

Variatie is er zeker.

 

 

Twee “dragers van verantwoordelijkheid” en tenminste één baby die zich overgeeft aan het gedrag van de ouders én de dynamiek binnen het gezin.

 

Stel je nu eens voor dat één van de ouders om één of andere reden “wegvalt”? Psychologisch niet beschikbaar is (vaak omwille van eigen trauma), qua materieel onderstutten van het gezin niet betrouwbaar is? Misschien gaat het zelfs om een overlijden? In deze blogpost wil ik het hebben over de psychologische en materiële afwezigheid van een partner.

 

Natuurlijk zijn er verschillende “arrangementen” in allerlei verschillende gezinnen: wie welke taken op zich neemt. Maar stel nu eens dat een ouder eigenlijk helemaal niet of nauwelijks functioneert in functie van het gezin? Een beeld dat je je hierbij kan voorstellen is van een ouder die weg van het gezin kijkt. De andere ouder kan dan naar de ouder kijken om hem “terug te proberen halen” (het kind kan zich dan te weinig gezien weten) of kan een grote focus krijgen op het kind, in een poging het kind toch te voorzien van voldoende zorg.

 

De “wegkijkende ouder” kan eigenlijk niet voor de baby noch voor de familie zorgen. De noden van de familieleden zijn zo confronterend dat de ouder op alle mogelijke manieren “verdwijnt”. Met andere woorden: de belasting om inkomen te vergaren én voor het kind te zorgen komen allemaal enkel en alleen bij de andere ouder terecht.

 

Het beeld dat dan bij me opkomt is het beeld van een tafel met 3 poten waarbij één poot wegvalt. De tafel is plots een pak minder stabiel. De twee overblijvende poten (de andere ouder en het kind) krijgen een pak “last” op zich die ze niet horen te dragen. Voornamelijk het kind natuurlijk – laat ons zeggen de meest kwetsbare poot – hij of zij zou eigenlijk geen gewicht zou mogen dragen, al neemt hij/zij wel een plaats in binnen het gezin – plots draagt hij of zij wél een pak gewicht.

 

 Flickr Commons, Designmilk

Flickr Commons, Designmilk

De andere ouder en het kind gaan compenseren voor het “verlies” van de ouder.

 

De ouder die het gezin draaiende wilt laten houden kan zelf instorten onder de last. Het kind verliest dan beide ouders – een immens beangstigende ervaring voor zo'n jong wezen.

Of

De ouder blijft functioneren maar de band tussen ouder en kind wordt niet geremedieerd door de gezonde aanwezigheid van een derde persoon

 

Het kind kan impliciet de noodzaak voelen om te snel te volwassen te worden.

 

En ga zo maar door.

 

Mensen die te maken hebben met zo'n situatie stuiten vaak op onbegrip van hun bredere omgeving. We zijn in onze cultuur het kerngezin zo centraal gaan zetten dat mensen wiens kerngezin uit evenwicht is vaak op externe hulp kunnen rekenen. Misschien horen ze: “je hebt gewoon een nieuwe partner nodig” of worden ze telkens doorverwezen naar professionele hulp. Hoewel dit laatste belangrijk kan zijn is professionele hulp geen vervanger voor het sociaal vangnet dat bij momenten nodig is om een moeilijke transitie of situatie binnen gezinnen door te komen. Het is geen vervanger voor het stilzwijgen over iemand die zijn verantwoordelijkheden als ouder systematisch ontloopt. Het is geen vervanger voor een kind dat nood heeft aan het ventileren van spanning bij vertrouwenspersonen die blijven. Immers een kind begrijpt niets van de geldeconomie die achter professionele hulp schuil gaat; begrijpt niets van de redenen waarom een psycholoog of expert het kind op straat geen “gedag” zegt om de privacy van de familie te respecteren.

 

We leven in een samenleving waar alles goed draait zolang het kerngezin naar behoren functioneert. Is dit niet het geval, dan staat de overblijvende ouder vaak alleen voor een situatie waarbij hij/zij en het kind té veel in compensatie verzeilen. Secundaire traumatisering omwille van dit gebrek aan steun van buitenaf is dan vaak een feit.

 

Nochtans is slechts één iemand nodig – één iemand die het gezin mee verzorgt in deze woelige tijden, om de noodzakelijke weerbaarheid te verzekeren die ervoor kan zorgen dat “de tafel niet omvalt”. In deze drukke tijden voor iedereen vinden gezinnen in nood deze externe pijler vaak niet. Dit heeft grote gevolgen als resultaat, omdat het een impact heeft op het zelfbeeld van het kind en omdat het vroegkinderlijke trauma-ervaringen in de hand kan werken die dan weer hun eigen neurologische gevolgen hebben. Ook kan de hechtingsrelatie tussen het kind met de ouders eronder lijden. Tot slot hebben dynamieken in het gezin nu eenmaal de neiging om zich “vast te zetten”.

 

Een tafel met twee poten staat niet stevig. Heel wat lijden van kinderen en hun ouders vandaag vindt hier haar oorsprong.

 

 

 

 

Karen De Looze is opvoedingscoach bij Opvoeden Vanuit Verbinding. Contacteer haar hier