Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

De ouder als manager?

Wanneer ik het heb over “kinderen als subject” beschouwen en benaderen, dan krijg ik vaak als antwoord: “doen we toch?” We zijn ons niet bewust van hoe vaak we dit eigenlijk niet doen, precies omdat we het net zo een belangrijke waarde vinden om het wel te doen. We gaan zeker niet moedwillig aan onze kinderen als subject voorbij. De onderliggende motivaties daarvoor stammen af van diepe en onbewuste culturele patronen die al generaties lang meegaan.

 

Een voorbeeld:

Gisteren was ik met mijn dochter in een restaurant. Ze speelde met enkele bierkaartjes. De uitbaatster kwam boos aanzetten. Ze zei (tegen mij): “dat is niet om mee te spelen.” Ik vroeg aan de uitbaatster of ze misschien tegen mijn dochter zélf kon zeggen dat ze liever niet had dat ze er mee speelde.

 

Ik begrijp zeker de irritatie van de mevrouw. Ik vind het ook ok dat ze tegenover mijn dochter haar eigen grenzen aangeeft – die zijn voor iedereen verschillend. Waar ik het moeilijk mee had, is dat mijn dochter in heel dit gebeuren werd genegeerd en dat ik “haar subjectiviteit” voorstelde. Ik kreeg de druk om “in te grijpen” en mijn dochter “in bedwang” te houden – iets wat voor mij aanvoelt als een ongezonde driehoeksrelatie. Er werd een probleem op mijn schoot geworpen dat ik eigenlijk geen probleem vond en van mij werd gevraagd iets te vragen wat ik haar eigenlijk niet wou vragen. Ik hoorde mijn dochter te gaan “managen”.

 

 

Nog een voorbeeld.

 

Ik logeerde bij vrienden toen er op een dag een kuisvrouw kwam. Plots rolt ze met haar ogen naar me (alsof we een pact hebben dat zegt “kinderen hé”). Mijn dochter staat blijkbaar in de weg. Mijn dochter stond met haar rug naar haar, en had de mevrouw niet zien komen met de stofzuiger. Kan iedereen overkomen, niet? Wat zeg je dan tegen een persoon? “Excuseer” of “Kan ik even passeren?” Nee, mijn dochter moest het zo weten, of ik had haar als moeder al moeten “uit de weg managen.”

 

We zien vaak niet hoezeer dat “managen” – het constant je kind voor zijn zodat het toch maar geen andere volwassenen zou 'storen' – eigenlijk deel is geworden van de dagelijkse modus vivendi van ouders. Ik vind het als ouder helemaal niet leuk om mijn kind als een marionet in de hand te houden. Ik heb een behoefte om haar vrij te zien spelen, ontdekken, in relatie met anderen en de wereld te leren wat het betekent om eerlijk je eigen grenzen aan te geven en die van iemand anders te respecteren.

 

Bij dat “managen” heeft niemand baat.

 

Op een dag waren we in de speeltuin. Mijn dochter was een schommel aan het duwen waar niemand in zat. Dat vond ze heerlijk! Een meisje komt aangelopen en wilt op de schommel. Ik zeg tegen mijn dochter: “het lijkt alsof dat meisje op de schommel wilt.” Mijn dochter houdt de schommel stil en pauzeert even. Intussen ervaar ik de verwachting van de papa van het meisje: “Neem je kind nu toch eens weg. Dit duurt zo lang.

 Flickr Creative Commons, Christina Lappas

Flickr Creative Commons, Christina Lappas

 

Ik besluit om niet in te grijpen – ik wil mijn dochter de kans geven om vanuit zichzelf met deze situatie om te gaan. Het duurt een paar tellen langer voor ze besluit dat ze met een andere schommel kan spelen. Ze voelde zich niet “gepusht”, weggeduwd én ze leerde dat ik haar vertrouw om zelf deze beslissingen te nemen.

 

 

Hoeveel druk leggen we niet op ouders in al deze situaties? Druk die dan weer wordt doorgespeeld aan kinderen die steeds meer op de tippen van hun tenen lopen? (Immers, ik kan altijd iets “verkeerd” doen en het lijkt erop dat ik dat “zomaar” moet weten)

 

In onze cultuur verwachten we dat ouders “managers” zijn van kinderen. Die ouders worden dan weer constant bijgestuurd door de meest subtiele verwachtingen van andere volwassenen. Wat als we zouden proberen om eerlijk en vanuit onszelf onze wensen en verwachtingen aan kinderen mee te geven?

 

Je zou een pak minder “klik-cultuur” zien bij kinderen: “juffrouw, die of die heeft dit of dat gedaan” of “ik vertel het aan die of die!” Kinderen die constant onder management staan voelen zich vaak niet gezien of gehoord – ze voelen dat hun wensen en belangen er niet toe doen (de “wil” van het kind wordt er niet meer uitgeslagen, dankzij God, wél categoriseren we deze wil in onze cultuur nog altijd subtiel als problematisch). Ze voelen dat ze niet vertrouwd worden. Eerlijk gezegd, doen we dat ook wel?

 

Wat met je kind dat speelgoed heeft meegenomen naar de speeltuin? Andere kinderen hebben vaak geleerd om aan de “mama” of “papa” van van dat kind te vragen of ze met het speelgoed mogen spelen. Want, vaak is het ook zo dat wanneer een kind eigenlijk niet wilt dat iemand anders met zijn speelgoed speelt, die grens vaak niet wordt gehoord. Het aan de mama of papa vragen garandeert dan ook succes.

 

Eerlijk gezegd, ik wil ook niet altijd alles delen. Ik geef mijn dochter dan ook graag de ruimte of “ja” of “nee” te zeggen. Dus vraag ik aan mijn dochter of zij het ok vindt. Of vraag ik of het kind het aan mijn dochter kan vragen. Soms zegt ze “ja” en soms zegt ze “nee”. Soms zegt ze “nee” en een kwartiertje later zegt ze “nu vind ik het wel ok” en gaat ze het speelgoed naar het ander kind brengen. Ik vind het ontzettend mooi om te zien hoeveel bewustzijn ze in deze situaties brengt.

 

Mensen hebben andere wensen en verwachtingen; andere grenzen. Soms zitten ze in hun innerlijke wereld en zien ze even niet wat er op hen afkomt. Dit alles is situatie-afhankelijk. Ook bij kinderen...