Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Waarom ik mijn dochter niet beloon: de relatie met ons, ouders

Het is intussen een hele reeks geworden: "waarom ik mijn dochter niet beloon". Lees hier:

Waarom ik mijn dochter niet beloon: twee eenvoudige voorbeelden

* Waarom ik mijn dochter niet beloon: het sociale aspect

 

In deze blogpost komt meer specifiek de relatie met de ouders aan bod.

 

Laatst was ik op bezoek bij vrienden en mijn dochter wou naar de WC. Waarna een papa vroeg aan zijn zoon of ook hij niet eens op het potje wilde. “Dan krijg ik een koekje!” antwoordde de jongen van 2,5. Wat volgde was een minutenlange strijd of hij dat koekje nu wel of niet zou krijgen. De strijd ging door tot de mama uiteindelijk binnenkwam: “heeft hij aangegeven dat hij naar het potje moest? Dan krijgt hij een koekje!” Zo, opgelost. Of… niet?

 

 Flickr Commons, Surlygirl

Flickr Commons, Surlygirl

Nadien hoorde ik dat de jongen niet of niet consistent aangeeft wanneer hij naar de WC moet. Het belonen zou hierbij moeten helpen. Bij mij ging echter meteen een alarmbelletje rinkelen. Wat maakt dat deze jongen moeite heeft met het aangeven dat hij naar de WC moet?

 

Misschien herkent de jongen het gevoel niet naar de WC te moeten

Of, misschien is de jongen terughoudend om hulp te vragen wanneer hij naar de WC moet.

 

Ik kon me meteen het volgende scenario voorstellen: op een drukke crèchedag had de jongen aangegeven dat hij naar de WC moest. De verzorgsters hadden het allen druk en hadden geïrriteerd gereageerd: “Wacht nu toch eens! Ik ben bezig!” (of iets dergelijks) Of misschien was in het jonge leven van de jongen een moment geweest van schok die de jongen een beetje “uit zijn lichaam” had getild. Bij zeer jonge kinderen kan een episode van “langer” huilen zonder dat er respons komt er bijvoorbeeld toe leiden dat het kind zich van het lichaam (en dus van de pijn) distantieert om deze dragelijk te maken. Nog tal van andere mogelijke oorzaken schoten me te binnen.

 

Hielp het koekje de jongen om zijn lichaam meer in te voelen? Zo leek het althans niet. De jongen was zo gefixeerd op het koekje dat er eigenlijk geen concentratie over was om zijn lichaam meer in te voelen. Aandacht voor de eigenlijke ervaring van de jongen – of er misschien iets was dat “geheeld” wilde worden, was er ook niet.

 

 

Gevolgen voor de ouders

 

Zoals zo vaak het geval is bij belonen, is het ook hier zo dat de jongen eigenlijk afgeleid wordt van wat de ouders eigenlijk zouden willen dat hij leert.

 

Een signaal dat de jongen geeft wordt bepleisterd.

 

Bovendien komt er machtsstrijd. De jongen is nu extrinsiek gemotiveerd om naar het potje te gaan. De ouders zullen nu druk ervaren om “consequent” te zijn. En dat is een weinig realistische klus. Papa weet niet wat mama doet en vice versa. Bovendien zijn er “grijze gebieden”. Tal van verschillende situaties vereisen elk een unieke respons. Daarop inspelen kan nu eigenlijk niet meer. Een artificiële context doet zijn intrede in het huishouden. Ouders halen op deze manier de volgende slagzin binnen: “het is niet eerlijk!” Voelt een situatie anders aan voor de kinderen dan voor de ouders, of willen ze gewoon dat koekje, dan kunnen ze zich voortaan beroepen op “van mama krijg ik dan wél een koekje.”

 

Belonen zette de jongen er ook toe aan om te liegen. Zo werd op een heel typerende wijze een afstand gecreëerd tussen zoonlief en de ouders. Geen enkele ouder wilt dat zijn of haar kind liegt tegen hem. Toch moedigt het systeem van belonen, dat ouders zo vaak wordt opgedrongen, kinderen hiertoe aan. Was het eigenlijk de vader geweest die de jongen ertoe had gebracht naar het potje te gaan, dan exclameerde hij toch heel luid “ik heb het zelf gezegd!” toen mama binnenkwam. Immers, op basis van dit gegeven zou de beslissing worden gemaakt of hij al dan niet een koekje zou krijgen.

 

 

Helpt het?

 

Los van het al het voorgaande vrees ik daarenboven ook nog eens dat belonen niet de kortste weg is om kinderen te leren naar het potje te gaan. Hun aandacht is afgeleid van waar het eigenlijk om gaat. De jongen bijvoorbeeld leert heel veel dingen, maar pas in laatste instantie om zijn lichaam in te voelen en om duidelijk aan te geven wat hij nodig heeft – en, nog het allerbelangrijkste, dat zijn wezen ertoe doet.

 

 

Opvoeden is meer dan conditioneren

 

Kinderen kunnen bijzonder snel leren om op het potje te gaan. En dat zonder strijd, zonder belonen, zonder straffen, zonder … een nieuwe strijd om koekjes. Zeker, kinderen zijn anders en hebben een eigen ritme, maar wanneer je merkt dat de potjestraining veel aandacht gaat opeisen, dan is het wel zo handig even te kijken wat er speelt bij het kind. Elk opvoedingsmoment biedt tal van lessen aan aan kinderen. En wie wilt nu niet dat zijn kind zich bewust is van zijn lichaam? En duidelijk kan aangeven wat hij of zij nodig heeft? De uitnodiging is dan om ons kind te ondersteunen om zich te gronden, te aarden in zichzelf, eerder dan opnieuw een laag van afleiding te introduceren, of dat nu een koek is of een sticker of een kruisje op een blad papier.

 

 

Wat wél gedaan? 

 

Neem hier eens een kijkje of neem contact op voor meer informatie.