Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Waarom ik mijn dochter niet beloon: het sociale aspect

 

Laatst kwamen er vriendinnen spelen bij mijn 2,5 jarige dochter. Ik merkte dat één van de vriendinnen “beloond” werd omdat ze nu op een “grote” fiets reed. Eerst en vooral: alle begrip voor de ouders. We belonen vaak om een "uitdagende" situatie snel op te lossen: om een ruzie te onderbreken tussen broers of zussen onderling (“Oh maar jij kan al op de grote fiets! Laat kleine zus maar met de andere spelen!”) of omdat we hen er op de één andere manier ertoe aan willen zetten om iets te doen waar ze misschien geen zin in hebben (“Je kan niet achterop bij mama, maar jij bent toch al groot? Jij kan op de grote fiets!”). Met deze blogpost wil ik de gevolgen van deze “strategie” toelichten, want ze zijn sterk cultureel ingebed en daardoor niet altijd even zichtbaar. Het is belangrijk: de strategie om te belonen versterkt precies datgene wat we willen vermijden, namelijk: conflict tussen kinderen onderling en meer eenkennigheid in onze kinderen.

Belonen versterkt precies datgene wat we willen vermijden, namelijk: conflict tussen kinderen onderling en meer eenkennigheid in onze kinderen.

We hebben thuis zo'n drie kinderfietsen van allerlei kleuren en formaten, en een step. Het kind dat beloond was geworden omdat ze “al” op de grote fiets kon, wilde plots niet meer met een andere fiets rijden. Ze wou enkel nog de “grote” fiets. De hele ochtend vertelde ze dat ze al op de “grote fiets” kon. De beloning - louter verbaal in dit geval - had haar het idee gegeven dat de grote fiets “beter” was dan de andere fietsen en dat zij “flinker” was nu ze op de grote fiets kon. Nu lag er dus een druk op haar: dat zelfbeeld behouden; die “extra” goedkeuring van haar ouders behouden. En dat kon ze door met zwaai te tonen dat ze de grote fiets de baas kon. Liefst de hele tijd. 

 

 Flickr Creative Commons, Emma Forsberg

Flickr Creative Commons, Emma Forsberg

Een ander gevolg was dat er meer strijd kwam tussen de kinderen. Niemand anders mocht nog op de grootste fiets die wij in huis hadden fietsen, en bovendien kregen de andere kinderen de boodschap dat hun fietsen “minder waard” waren. Het is eigenlijk ook een logisch gevolg: het is een pak minder aantrekkelijk om een fiets te delen met leeftijdgenoten wanneer die fiets jouw zelfwaarde vertegenwoordigt. Van de fiets hangt nu ook de goedkeuring van de ouders af. Het is voor het kind meteen ook belangrijker geworden om deze te bekomen, want belonen kan aan hem of haar het idee geven dat de ouders enkel of althans meer van hen houden onder bepaalde voorwaarden.

 

Was er aanvankelijk sprake van een situationeel belangenconflict (broer en zus wilden allebei een bepaalde fiets of een kind wilde achterop de fiets van mama, dan maakt herhaald belonen hiervan een structurele belangenstrijd. Bijvoorbeeld, zus mag niet meer met de fiets rijden want die is voor "grote jongens". Of, een volgende keer wanneer het wel zo zou uitkomen wilt het kind ook niet meer achterop bij mama, want dat is "voor kleintjes." Het gebeurt zeer vaak dat het kind dat in de aanvankelijke situatie bijvoorbeeld niet mee wilde met de fiets eigenlijk een andere nood had die niet werd ingevuld. Misschien was hij of zij moe of had het kind de behoefte om even dicht bij mama te zijn. Wanneer we ons kind ertoe brengen te doen wat we willen door hen te belonen, dan ervaren ze niet dat deze nood werd erkend. Ook dit aspect van belonen zorgt ervoor dat een kind meer in "verdediging" gaat.

 

Kan het anders?

 

Kinderen die klaar zijn voor “een grotere fiets” zullen met veel lust opgaan in het proces om met een grotere fiets te leren rijden. Wat je ziet wanneer ze hiervoor niet beloond worden is dat de vreugde blijft. De vreugde “verhardt” niet; hij wordt niet “defensief” of “oppositioneel”. Dit zowel naar andere kinderen ("ik kan dat wel al, jij niet!" of, wat je ook vaak hoort, "wat een baby!") als naar zichzelf toe. Zo betekent het voor kinderen die niet beloond werden niet veel om eens een stap terug te zetten wanneer dat voor hen juist blijkt. Of wanneer een situatie dat van hen vraagt. Kinderen die niet beloond worden zullen het niet of minder erg vinden om op een kleinere fiets te rijden wanneer dat zo uitkomt.

 

Laatst vonden we een grotere fiets in de Kringloopwinkel voor mijn dochter. Ze voelde zich blij met de fiets, én hij was te groot voor haar. Ze wandelde er dus graag meer rond, zonder erop te zitten. Hele afstanden deden we er mee; de fiets aan de hand. Voorbijgangers zeiden dan wel eens “je moet er wel op gaan zitten hé!” en dan zei ze – zonder schaamte en heel neutraal – “Hij past niet voor mij...” Wanneer we deze boodschap even neutraal kunnen ontvangen als onze kinderen ze geven, dan zijn we op weg naar een wereld waarin vreugde, inderdaad, niet altijd te vinden is waar we het verwachten (een fiets aan de hand dragen is ook gewoon leuk!) Waarom zou er maar één manier zijn om iets te doen? (een beeld dat we impliciet meegeven aan onze kinderen wanneer we hen vertellen: "toon eens aan dat kindje hoe dat moet!") Kunnen we kinderen zichzelf laten zijn, dan bouwen we de basis voor een wereld waarin de dingen zeker niet altijd gelijk zijn, maar waar er wel plaats is voor gelijkwaardigheid. Onze kinderen kunnen ervaren dat groeien leuk is - een natuurlijk proces; geen prestatiegericht “moeten” om de goedkeuring van anderen of de eigenwaarde in stand te houden.

 

 

Meer lezen?

* Waarom ik mijn dochter niet beloon: twee eenvoudige voorbeelden

* 10 redenen om je kind niet te belonen

 

Wil je niet belonen maar weet je niet wat wél gedaan?

Kom eens langs!