Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Nooit meer potjestraining!

“Wij hadden geluk. We konden de potjestraining laten doen door het personeel van de crèche!” Zo klinkt het wel vaker. Want, potjestraining is vervelend toch? Een heel gedoe, lastig. Nee, voor jou hoeft het niet in het totaalpakketje van opvoeding te zitten.

 

Goed nieuws: potjestraining is voor niets nodig. Je kan het woord wel nu uit je ouderschapsvocabularium schrappen.

 

En met resultaat, want, kinderen zijn in de mogelijkheid om van de ene dag op de andere het potje te gebruiken (dag en nacht) op een manier die voor hen fijn is – én voor hun ouders.

 

De mysterieuze weg? Relaxen rond het hele gebeuren. Je kind gaat heus niet tot zijn of haar twintigste in de pampers zitten (of met water gooien, of met vorken op tafel slaan). Potjes in huis zetten. Af en toe vertellen waar ze voor dienen. En klaar is kees.

 

Want, je kind heeft een natuurlijke drang om te groeien. Te groeien naar het gedrag dat hij of zij ziet bij mama en/of papa en andere hechtingsfiguren. Je kind zal graag het potje gebruiken. En dat ook gewoon doen, eens

– hij weet waarvoor het dient,

– hij zelf naar het potje kan gaan of tenminste weet dat hij jou duidelijk kan maken dat hij hulp nodig heeft om zijn broek naar beneden te brengen (en dat jij die zal bieden)

– hij er klaar voor is.

 Foto van Oddharmonic, Flickr Commons, 

Foto van Oddharmonic, Flickr Commons, 

 

Inderdaad, zonder belonen, applaus, “flink”en of “waw”s, stickers of verzuchtingen. Gewoon, omdat de tijd rijp is.

 

Onze potjestraining is een uitermate sterk symptoom van het gebrek aan vertrouwen dat we in onze kinderen stellen. We lijken het in het diepste van ons hart te vrezen: mijn kind gaat dit niet leren als ik niet tussenkom! Toch is het precies dat tussenkomen, in de vorm van belonen (en straffen) dat faalangst veroorzaakt bij kinderen. En dat zorgt er dan weer voor dat kinderen minder spontaan het potje zullen gebruiken. Het gaat nu immers om meer dan het potje alleen. Het gaat om de goed- of afkeuring van de verzorger. Er staat heel wat meer op het spel: aanzien, of … falen.

 

Dit is misschien wel de belangrijkste boodschap die zo vele opvoedingscoaches vandaag brengen: onze courante opvoedingspraktijken maken het ouderschap vaak niet makkelijker maar precies moeilijker. Kinderen en ouders verzeilen in een impliciete dynamiek die veel energie vergt – en die nergens voor nodig is.

 

Vaak zijn we als ouders ons kind gaan vergelijken met andere kinderen of hebben we gelezen dat het tijd is voor ons kind om op het potje te gaan. Dus gaan we trainen. Maar wanneer een kind geen interesse heeft in het potje gaat het vaak tegen-bewegen. Voelt het daarbij nog eens dat het als 'beter' wordt gezien wanneer het het potje gebruikt gaat het nog meer tegenspartelen, of voelt het zich al helemaal onzeker. Het kind is letterlijk uit zijn lood geslagen. Het had zichzelf nog niet kunnen situeren in verhouding tot het potje. We kennen het allemaal wel vanuit andere contexten: iemand motiveren om iets te doen wat hem of haar op dit moment niet interesseert, vergt heel wat trekken en sleuren - lees, belonen en straffen. Het is - echt - voor niets nodig.

 

Dit is allicht de kern van het hele potjestrainingsdilemma: in onze samenleving hebben verzorgers vaak niet de tijd, de energie en/of het vermogen om het signaal van een kind op te vangen: “Hé, ik heb interesse in het potje! Waarvoor dient dit? Dit vind ik boeiend zeg!” Dus beslissen we gewoon wanneer het ons als verzorgers best uitkomt om het te introduceren. Vaak voelen ouders zich daarbij ergens angstig “kan mijn kind het wel tegen dat het naar school gaat?” “staat mijn kind achter tegen opzichte van andere kinderen?” We introduceren op die manier een subtiele druk in de relatie van ons kind met het potje en dat gaat onvermijdelijk wringen. Of we vingen in alle drukte van de dag het signaal van ons kind niet op dat het hulp nodig had om naar het potje te gaan. We proberen dit recht te trekken door het kind nog maar eens extra duidelijk te maken dat we toch wel verwachten dat het op het potje gaat. Ook dit kan net averechts werken. Het enige wat nodig is, is eigenlijk gewoon wat meer verbinding. Wat meer afstemming. Een “het spijt me, ik was druk bezig hè.”

 

Hiermee wil ik overigens niet zeggen dat alle kinderen van de éne dag op de andere helemaal zindelijk moeten zijn. Elk kind heeft zijn eigen ritme. Ook hier kan je gewoon relaxen. Je kind is je beste begeleider. Weet alleen: “trainen” versnelt het proces niet. Het maakt het ook niet leuker voor jou als ouder. Integendeel. En wat niet leuk is voor jou, daar geniet je kind ook niet van. En dat vertraagt het leerproces dan opnieuw. Maar belangrijker dan hoe snel het leerproces is, is allicht de vraag in welke mate je kind bij zichzelf kon blijven bij het aanleren van iets nieuws.

Eens het potje missen gebeurt best wel eens. Zeker als kinderen in een vreemde omgeving zijn of zeer opgaan in spel. Het kan een ondersteuning zijn om een potje van je kind mee te nemen buitenshuis, zodat je kind zich veilig en in controle voelt om het potje te gebruiken, waar jullie ook zijn.

 

Hou wel even je moederinstinct in de gaten: merk je plots dat je kind heel vaak het potje mist daar waar het het voorheen wel vlot gebruikte, dan kan het zijn dat je kind met iets zit. Je kan vaak op je hart vertrouwen om te weten of dit het geval is of niet. Vermoed je dat je kind angstig is, dan heeft je kind er baat bij dat het begeleid wordt om die angst te integreren. Zodat het weer gewoon vooruit kan. Ten volle als wie hij of zij is.

 

Evenmin wil ik opperen dat we kinderen dan maar best in de pampers houden tot ze 5 jaar zijn. Ook dit is vaak een teken dat signalen van de interesse van een kind om op het potje te gaan herhaaldelijk niet zijn opgevangen, en is even symptomatisch voor een samenleving waarin de druk op ouders en verzorgers alsmaar verhoogt. Opvoeden is in eerste instantie luisteren, onthalen en dan begeleiden. Wanneer we hier tijd voor maken, in verbinding met de signalen van ons kind, winnen we zeeën van energie.

 

(Trouwens, wist je dat er nog alternatieven zijn? Dat je kind al van bij de geboorte aangeeft wanneer het naar de WC wilt gaan en dat je kind dus eigenlijk helemaal geen luiers hoeft? Ben je een kersverse mama of een mama-to-be en wil je hier meer over lezen, dan kan het een hulp zijn op zoek te gaan naar informatie over "baby zindelijkheidstraining" of "elimination communication". Dat is net nog handiger en fijner voor je kind!)

 

 

Karen De Looze is opvoedingscoach bij Opvoeden Vanuit Verbinding. U kunt haar bereiken met een email naar blijgehecht@gmail.com.