Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Aan de zijde van je kind staan in een "kind-onvriendelijke" wereld

Deze blog ligt me nauw aan het hart. Ik kan je niet langer vertellen hoe vaak ik in situaties ben geweest waarbij volwassenen mijn dochter beschaamden. Niet alleen dit, ik voelde daarbij een impliciete verwachting om deel uit te maken van een “pact” tegen mijn dochter. En ik ben er zeker van: ik ben niet de enige die dit heeft ervaren. Voor mij blijft het een oefening om hier op een gepaste manier mee om te gaan. Deze tekst is bedoeld als een hart onder de riem aan alle ouders die iets anders willen doen op deze momenten dan “ja” knikken of eens scheef lachen. Voor ouders die in zo'n moment hun schoenen extra “gronden” en die weten dat het van de zijde van hun kind is dat ze niet zullen wijken.

 

 

Een kind dat ervaart dat zijn ouders aan zijn zijde staan, zal aan zijn eigen zijde kunnen staan – hoe hevig de wateren ook te keer gaan in het leven.

 

 

Daarom heb ik besloten – hoe onhandig ook – te reageren wanneer:

 

* ik een verpleegster tegen een nietsvermoedende mama hoor zeggen “'t is nu al een lastig ventje; je zal nog afzien later”

* de loodgieter die bij ons langskomt – mijn dochter huilt, ze is al twee uur langer wakker omdat we op hem wachtten – ironisch zegt dat ze “zo mooi kan zingen” en als mijn dochter niet meteen lacht met een sneer opmerkt “oei oei, amaai jij kan precies niet lachen” (Meneer, ik lach ook niet altijd, u ook niet. Na zo'n opmerking zou het lachen me als kind ook vergaan zijn in ieder geval...)

* wanneer ik naar de dokter ga omdat mijn dochter is gevallen en deze haar doodleuk vertelt “dat ze een wildebras is en dit haar moeder niet moet aandoen” (Ongelukken gebeuren, meneer, bij iedereen. Ik hou ervan om mijn dochter te kunnen troosten in dit leven, ook wanneer er iets gebeurt dat we niet hadden kunnen voorzien – dat is géén lastige taak.)

* wanneer ik een moeder hoor zeggen tegen haar kind – terwijl ze naar me kijkt alsof het een compliment is - “Kijk eens, dat kindje is wel braaf.” Mijn hart breekt.

* of nog: “'t is ne smosser precies” (euh, mijn kind is 1 jaar)

* en nog: zo leer ik om de blikken van afkeur te laten voor wat ze zijn wanneer mijn dochter even op de grond kruipt op publiek terrein. Om haar nood om zelf te bewegen gewoon te laten zijn.

* ...

 

en ook:

* wanneer mensen mij vertellen dat ik mijn dochter nu toch wel al eens mag laten wenen of dat het nu wel genoeg geweest is met borstvoeden (euhm… genoeg voor wie? Voor u? Voor mij of voor mijn dochter?)

 

en later

* wanneer mijn dochter me vertelt dat ze het op school niet leuk vindt, dat de leerkracht haar niet “mag”. Dan zal ik even pauzeren. Wachten met die reeks zinnen die we zo vaak klaar hebben: “je beeldt het je in” of “het is zo'n lieve juf” of “je moet nu eenmaal naar school”. “Kan je me meer vertellen?”

* in plaats van “zie dat ik geen klachten hoor” (als mijn dochter bij die of die gaat spelen): “je kan me altijd bellen als er iets is. Als er iets niet goed voelt, dan ben ik er voor je.”

 

In elk van deze talloze momenten kunnen we ervoor kiezen om de vertrouwensband met onze kinderen te versterken (of om het omgekeerde te doen). Dit vraagt moed – zeker wanneer we zelf een leven lang geleerd hebben om te lachen voor “de goede vrede”. Ik heb het begrepen voor mezelf nu; met vallen en opstaan: wanneer ik meelach, doe ik mezelf pijn. En mijn dochter. En onze band. En dat voor een klein moment van valse verbinding met een ander die ik – vaak – niet eens zo goed of zelfs helemaal niet ken.

 

Soms helpt het om de dingen even in perspectief te zetten. “Mijn kind is dik ok. Thank you very much.”