Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

2 vragen van kinderen aan hun ouders

 

Onze kinderen zullen het ons als ouders telkens opnieuw vragen:

“ben ik ok voor jou zoals ik ben?”

“kan je me aanvaarden, met alles wat ik meebreng in dit moment?”

 

Een kind aardt in de wereld wanneer de ouders “ja” antwoorden op beide vragen.

Een kind hoort dat hij of zij ok is voor de ouder – de ouder spiegelt dat het kind ok is voor zichzelf. De ouder die “ja” antwoordt legt dus de basis voor zelf-acceptatie.

Een kind dat hoort dat de ouder hem of haar kan aanvaarden, ook in moeilijke momenten of wanneer er harde emoties opduiken, weet dat hij terecht kan bij een Ander, waar hij veilig is, om zichzelf te zijn, om processen in alle eerlijkheid te doorwerken. Hij of zij leert eerlijk te zijn tegenover die eigen processen. En zal open kunnen aangeven wanneer hij of zij hulp nodig heeft.

 

Een kind dat deze boodschap om één of andere reden niet ontvangt van de ouders, zal herhaaldelijk een situatie creëren waarbij hij of zij de ouder telkens zal uitdagen: “ik doe dit – kan jij me nu nog accepteren?” “ik hoor niet dat ik ok ben voor jou. Ik ga je tonen dat ik het heel moeilijk heb. Ik wil ontzettend graag horen dat je me begrijpt. Jij bent mijn oplossing.”

 

Het kind zal situaties uitlokken om de ouder de kans te geven om in aanvaarding te staan, telkens opnieuw. Gebeurt dit niet, dan zullen er periodes zijn van een zich afsluiten (van de ouder als spiegel en dus ook voor zichzelf). Soms klapt een kind helemaal toe en verbreekt het de relatie met de ouders. Maar meestal gaan kinderen – zelfs tot in hun volwassen tijd – telkens weer op zoek naar die verwachting die binnen henzelf ligt: “Mijn ouders staan voor mij. Zij vinden mij ok, precies zoals ik ben. Ze staan aan mijn zij.”

 

Hoe vroeger (en hoe meer consistent) een kind deze boodschap meekrijgt, hoe beter voor een kind.

– het kind zal minder afhankelijk zijn van anderen om een gevoel van eigenwaarde op te bouwen. Het heeft dit al bij de ouders kunnen doen. Kinderen die op de twee vragen niet of te weinig een “ja” hoorden voelen zich vaak minder zeker van zichzelf. Dit leidt tot situaties waarbij kinderen extreem ontvankelijk zijn voor groepsdruk, dikwijls ondanks zichzelf. Of misschien durf het kind zelf geen beslissingen nemen en kijkt het telkens naar anderen (dit kunnen ook de ouders zijn) om zijn of haar leven vorm te geven. Het kind gaat op zoek naar “manieren om ok te zijn” want het heeft niet geleerd dat hij of zij “gewoon ok is.” Het kind wil dus “ok worden” door de (voor de ander) “juiste” keuzes te maken.

– het kind zal geen nood ervaren om extreme gedragingen te stellen waarbij het steeds luider schreeuwt, “Ik wil gewoon ok zijn voor jou. Ik wil gewoon mogen zijn”, “ik voel me niet goed over mezelf. Ik heb het nodig dat jij je goed voelt over mij, vooraleer ik dit binnen mezelf kan ervaren.” “Ik heb het nodig dat jij met mijn harde emoties kan omgaan, zodat ik ze kan aanvaarden en ermee in proces kan gaan.” Een kind dat dit ervaart zal bij het maken van eigen keuzes om kunnen gaan met gevolgen die ofwel comfortabel ofwel oncomfortabel zijn – en kan daar verantwoordelijkheid voor nemen.

 

Het goede nieuws? Ook al hebben we een tijd “nee” gezegd aan ons kind, of ook al was er een periode waarbinnen we minder "ja" konden zeggen; aangezien ons kind actief mee situaties zal uitlokken die een uitnodiging zijn om dit diepere gesprek te voeren, kunnen we er op elk moment voor kiezen om "ja" te zeggen. Of jij kan er als ouder actief voor kiezen om het kind zélf een context aan te bieden waarbinnen hij of zij deze "ja" kan ervaren. Het moment waarop we niet in strijd gaan om wat “ons kind heeft gedaan” of “om wie ons kind is” en aanwezig kunnen blijven bij wie hij of zij eenvoudigweg is – op dit moeilijke moment – zal de strijdlust als sneeuw voor de zon verdwijnen.

 

Van daar kunnen we een nieuw gesprek aangaan. Het gesprek is niet langer “Jij moet veranderen opdat ik jou zou kunnen aanvaarden.” Het gesprek wordt: “Jij bent ok, ik ben ok. Hoe zullen we deze situatie nu samen oplossen?”