Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Het is toch allemaal niet zo erg?

Wanneer kinderen het moeilijk hebben – hetgeen zich vaak uit in “ongepast gedrag” - dan is de oorzaak hiervan dikwijls dat hun zenuwstelsel overbelast is. Kinderen worden in onze samenleving te veel aan hun lot overgelaten. Vaak erkennen we niet dat het zenuwstelsel van een kind überhaupt overbelast kan geraken. Als het overbelast is, dan wordt ons vaak aangeraden om kinderen wat meer “time-outs” te geven. Onderzoek is echter helder: op dit moment hebben kinderen nood aan een ouder/opvoeder die hen helpt om weer tot rust te komen. Om zichzelf te reguleren. Dit wilt niet zeggen dat we kinderen bij elke stap die ze zetten horen te volgen – zoals de helikopterouder doet. Wél wilt het zeggen dat onze kinderen onze hulp en steun nodig hebben om de vele dagelijkse prikkels en de soms hevige verhalen die bij het leven horen, te verwerken.

 

Elke gebeurtenis wordt opgeslagen in het zenuwstelsel van een kind. Sommige ervaringen worden als té ingrijpen, te schokkend ervaren door een kind. Een kind gaat dan op zoek naar manieren om deze ervaring te verwerken. Een kind zal de “kern” van de ervaring blijven uitlokken, in de hoop tot een resolutie te komen. Stel bijvoorbeeld dat er iets gebeurde wat het kind niet wou. Misschien werd hij “vastgehouden” in het ziekenhuis voor een “routine” operatie, terwijl hij zich met man en macht probeerde losmaken. Dan kan een kind nog maanden nadien “werken” met het thema “iets doen wat ik/een ander niet wilt”. Hij kan bij een zus doen wat het zus niet wilt, of zelf dingen laten gebeuren/uitlokken die hij of zij zelf niet wilt. In onze huidige samenleving laten we hen daarbij dikwijls aan hun lot over. Meer en meer “disciplineren” wordt standaard gezien als dé oplossing voor gedrag dat we als een uitdaging beschouwen. Een kind in een hoekje laten boos zijn of hem gewoon een nachtje laten huilen. Lost alles op, of niet?

 

Jammer genoeg niet… Een ouder kan zich dan verwachten aan een escaleren van ongepast gedrag.

 

 

Wat kan het zenuwstelsel van een kind overbelasten?

 

1. Een ervaring was té groot voor het ontwikkelingsniveau van het kind.

 

Zeker wanneer een kind onvoldoende was voorbereid op deze ervaring kan een kind zich heel abrupt onveilig voelen, en angstig. Het kind geeft een “gebroken” indruk. Ervaringen die té groot zijn voor kinderen zijn soms ervaringen die wij volwassenen als “evident” beschouwen. Het kan gaan om een operatie, een scheiding, de komst van een broertje of zusje, zelfs slaaptraining of starten met school. Elk van deze situaties kan een ervaring van “ruptuur” teweeg brengen bij een kind, en vervolgens ook in een gezin.

 

Hoe weet je dat een ruptuur heeft plaats gevonden? Je kind lijkt plots bozer, angstiger, meer “intellectueel” gedreven. De energie van je kind kan meer “all over the place” lijken. Bij jezelf als ouder kan je merken dat je de grond onder je voeten kwijt bent. Plots is opvoeden een pak uitdagender. Je voelt dat je je intuïtie minder kan volgen – of dat die minder voor handen is. Je voelt dat situaties escaleren. Zowel jij als je kind lijken het roer soms kwijt; lijken elkaar kwijt.

 

Wat maakt dat een ervaring voor een kind té groot is, en voor een ander kind niet? De mate van voorbereiding die een kind heeft genoten; of een kind voelde dat het enige macht of “controle” had bij hetgeen gebeurde; of een kind begeleid werd bij het verwerken van de prikkel.

 

We gaan er bijvoorbeeld vaak vanuit dat operaties “niet zo erg zijn” voor kinderen om mee te maken. Omdat ze het zogenaamd “toch niet begrijpen” worden kinderen vaak niet eens aangesproken tijdens een operatie. Ze worden overgeleverd aan vreemden die geen persoonlijke interactie met hen aangaan. Enkel de ouders worden aangesproken en die worden dan nog eens al te vaak de deur gewezen tijdens zo'n operaties. Een kind – zeker wanneer het jonger dan 3 jaar is – dat een operatie krijgt, heeft niet het ontwikkelingsniveau om te begrijpen wat er gebeurt. De operatie is een sterk “rationele” ingreep op het lichaam dat zo'n kind nog maar net leert kennen. Voor een kind kan zo'n operatie extreem beangstigend en zelfs gewelddadig overkomen. Het kind heeft niet de ratio ontwikkeld van het niveau van waaruit de artsen de operatie uitvoeren. Waarom zou men mij dit aandoen? Het rationele verhaal houdt nog weinig steek. Een kind kan na de operatie dan ook tekenen geven van “uit zijn of haar lichaam” geslingerd te zijn. De ervaring was te pijnlijk. Een kind – dat net bezig was met de belangrijke ontwikkelingstaak om zijn of haar lichaam steeds meer te vertrouwen en bewonen – “verlaat” zijn of haar lichaam een beetje om de pijnlijke ervaring “werkbaar” te maken. Dit ten koste van hun natuurlijke ontwikkeling. In een volgende blog heb ik het nog meer over veel voorkomende en vaak niet erkende medische trauma's bij kinderen.

 

 

2. Kinderen in onze samenleving krijgen dag in dag uit een pak prikkels te verwerken. Veel meer dan in gelijk welke tijd het geval was. Wat bijzonder is, is dat zij deze prikkels ook vaak alleen te verwerken hebben.

 

Onze cultuur erkent algemeen niet dat kinderen ondersteuning nodig hebben om dagelijkse ervaringen een plaats te geven. Zo zijn vele kinderen een hele dag lang op school of in een opvang. Er is één begeleider voor tal van kinderen. Ouders hebben 's avonds weinig tijd om met hun kind de ervaringen van de dag te doorlopen; voor ongestructureerd spel waarin een kind duidelijk kan maken wat hem of haar bezig heeft gehouden doorheen de dag. Dan zijn er nog de extra activiteiten 's avonds of in het weekend, prikkels van TV, een ruzie thuis met broer of zus, enzoverder.

 Flickr Commons, Chuck Franky

Flickr Commons, Chuck Franky

 

Wanneer we kinderen volgen in hun vrij spel dan merken we dikwijls dat zij een ervaring zoals geslagen worden door een ander kind meermaals “naspelen” voor ze dit kunnen verwerken. Vaak is het spel van kinderen "vicieus": ze vinden in hun spel geen oplossing. Een ouder/opvoeder kan een cruciale rol spelen om kinderen te begeleiden om het thema via spel op te lossen. Misschien werd iemand in de klas “in de hoek gezet”. Of misschien werd een kind voorbijgelopen door andere kinderen die riepen “uit de weg kleintje!” We gaan er vaak vanuit een kind al deze ervaringen zomaar kan verwerken. Elk van deze ervaringen laat echter een diepe impact na op het zenuwstelsel van een kind, dat net de wereld leert kennen. Stapelen deze ervaringen zich op en komt er geen begeleiding (in de vorm van vrij spel of het overlopen/nabespreken van deze ervaringen), dan raken kinderen snel overgestimuleerd.

 

Herinner je je dat je kind laatst niet meer in slaap kon vallen omdat hij té moe was? Stel je de overstimulatie voor – wanneer je kind week na week na week en daarbinnen dag na dag veel meer ervaringen op zijn bord krijgt dan hij op zijn leeftijd kan verwerken. In onze cultuur die zo'n ongehoorde nadruk legt op contacten met peers, krijgen kinderen de nodige begeleiding niet. Vaak erkennen we niet eens dat ze die vorm van begeleiding nodig hebben.

 

Willen we kinderen gepast reguleren en hen die basis meegeven die hen later toelaat zichzelf te reguleren – dé basis voor een emotionele intelligentie - is het nodig om de wereld af en toe wat meer vanuit hun perspectief te bekijken. Wanneer we dat doen kunnen we kinderen gepaste feedback meegeven.