Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Een seks-positieve opvoeding: waar beginnen?

 Er gaat heel wat rond over seks-positief opvoeden. Een opvoeding die seks aanneemt als een natuurlijk aspect van mens-zijn. Niet als iets vies of schunnigs. Onderzoek toont aan dat kinderen die met hun ouders open (en positief) over seks kunnen praten beter beschermd zijn tegen misbruik. In het algemeen wachten ze langer om seks te hebben en stappen ze met meer bewustzijn in relaties. Ze durven met meer verve “ja” én “nee” zeggen en ze hebben een meer positieve kijk op en ervaring van hun lichaam. Ouders die hun kind seks-positief willen opvoeden vinden het vaak ook belangrijk dat hun kind van zijn/haar lichaam kan/mag genieten - in gepaste settings en op een manier die gepast is voor de leeftijd van het kind natuurlijk.

 Flickr Commons, Antonio Castagna

Flickr Commons, Antonio Castagna

Toch begint een seks-positieve opvoeding veel vroeger dan we erover praten met onze kinderen. De link wordt weinig gelegd, maar traumatische ervaringen hebben vaak als gevolg dat een kind weg beweegt van zijn of haar lichaam en een sprong maakt naar meer "leven met het verstand". De ervaringen waren te pijnlijk – vandaar dat een kind eigenlijk een beetje “uit zijn of haar lichaam stapt”; hij of zij wilt minder voelen. Het is een heel uitdagend proces om een kind terug uit te nodigen om zijn of haar lichaam terug als een thuis te zien; als een baken van rust en veiligheid. Dit is uitdagend precies omdat een jong kind in de eerste plaats vaak nog nooit volledig was ingedaald in zijn of haar lichaam. Het groeiende lichaamsbewustwording was nog volop in beweging toen het trauma plaats vond. 

Traumatische ervaringen zijn niet altijd “groots”. Ze gaan niet altijd over opgroeien in oorlogsgebied, over misbruik, en al die evidente situaties waarbij we zouden spreken van trauma. Ze gaan ook over medische interventies, slaaptrainingen, gepest worden, enzovoort. Bekeken vanuit de ogen van een kind kunnen de meest “gangbare” interventies traumatisch zijn, wanneer ze te plots gebeuren, waarbij het kind een extreme machteloosheid heeft ervaren, hij zich niet beschermd heeft gevoeld, en zijn vlucht- of vechtrespons werd geactiveerd zonder dat er een resolutie kwam (de vlucht- of vechtenergie is vast komen te zitten in het lichaam). Doordat de vlucht- of vechtrespons niet tot een resolutie is gekomen – opvoeders vinden dat “een kind er maar tegen moet kunnen – neemt de “levenskracht” af. Een kind maakt dan aanspraak op verschillende “compensatiemechanismen” maar de diepe vreugde – zo kenmerkend voor kinderen, die ze enkel onder voedende omstandigheden meenemen naar de toekomst – “joy”! – is zichtbaar afgenomen. (Soms zien we wel veel vluchten en vechten...)

Dr. Laurence Heller ziet “liefde-seksualiteit” zelfs als één van de vijf gebieden waarin in het ontwikkelingsproces van een kind een vervorming kan plaats hebben. Een jong kind doorloopt een ontwikkelingsproces naar steeds meer vertrouwen en verdieping - idealiter tenminste. Heller ziet in dit ontwikkelingsproces 5 cruciale fases de revue passeren en dit voor de leeftijd van 7 jaar. Tijdens elk van deze fases kunnen vervormingen optreden. De vervorming in het stadium "liefde-seksualiteit" heeft te maken met hoe kinderen misschien hebben ervaren dat voorwaardelijk van hen werd gehouden. De vervorming uit zich in die zin dat mensen met een trauma op vlak van liefde-seksualiteit (gerelateerd aan de kernleeftijd van 4-6 jaar) het moeilijk vinden om liefde en seksualiteit samen te beschouwen, met een open hart. Liefde en seksualiteit worden dan als los van elkaar beschouwd. (Misschien een verklaring voor onze porno-tijden?) Tegelijk is het zo dat alle “ontwikkelingstrauma's” een verminderd aanwezig zijn in het lichaam als gevolg hebben. De andere vier gebieden van trauma zijn: verbinding, afstemming, vertrouwen, en autonomie.

Kortom, een seks-positieve opvoeding begint ver voor de tijd dat we eigenlijk met onze kinderen over seksualiteit praten. Naast het vermijden van traumatische ervaringen gaat het ook over hoe we in dagdagelijkse situaties omgaan met de grenzen van onze kinderen; met hun “ja's” en hun “nee's”. Kinderen aanmoedigen om hun grenzen aan te geven – op alle mogelijke manieren – en hen laten ervaren dat het helemaal ok is dat een “ja” plots verandert in een “nee”, is daarbij cruciaal. De basis daarvoor is dan weer dat ze heel duidelijk de signalen van hun lichaam kunnen (en mogen) opvangen.

Stel je die “gewone” situatie voor bij tante x waarbij de tante vraagt om een kus en je zoon of dochter met haar lichaam duidelijk weg beweegt van die tante. Vraag je dan aan je kind om toch een kus te geven? Of laat je je kind ervaren dat het zijn/haar lichaam kan vertrouwen?

Velen van ons ouders – mezelf incluis – voelen “nee” met ons lichaam en gaan rationaliseren met ons verstand “maar we moeten toch”. Vervolgens – zo ervaar ik het toch in mijn leven – komen we in situaties terecht die we eigenlijk niet willen. Daar komen we dan weer niet uit omdat we niet hebben geleerd dat het – eens we dit beseffen – toch ok is om alsnog “nee” te zeggen (ja, eens je al bij iemand thuis bent, eens je al in de operatiekamer bent, eens je al dichterbij bent gekomen om die kus te gaan geven). Het is van cruciaal belang dat kinderen kunnen ervaren dat de signalen van hun lichaam te vertrouwen zijn. Dat kan ook gaan over emoties. Een kind dat weent is droevig, punt uit. Een kind vertellen dat het “niet droevig moet zijn” is een kind aanleren dat zijn of haar impulsen niet te vertrouwen zijn. Een kind kan dan bovendien niet tot een natuurlijk oplossen van deze emoties komen. Ze zijn vroegtijdig geblokkeerd door de “impact” van het verstand van de ouder, en blijven hangen in het “systeem” van het kind. Ook dit vertroebelt het natuurlijke invoelen van het kind van zijn of haar lichaam.

We leven in een cultuur die algemeen gezien het verstand hoog in het vaandel draagt. Dit zien we ook in de vele dagelijkse opmerkingen die we aan onze kinderen geven. Bewustzijn begint echter bij een gegrond in het lichaam aanwezig zijn. Hiervoor is vaak net nodig dat we onze kinderen coachen om werkelijk hun lichaam in te voelen en om er aanwezig te zijn.

Dàt is volgens mij de werkelijke en noodzakelijke basis voor een seks-positieve opvoeding (én een gezond zelfvertrouwen).

 

Ik ben in Planckendael met mijn dochter. We klimmen op een hoge (hoge!) toren. Halfweg vraagt mijn dochter “ik ga het wel leuk vinden om verder te gaan hé?” (je hoort al hoe ze elders is aangemoedigd: “ga toch maar, je zal het wel leuk vinden!”) Ik zeg haar “wat gek dat je me dat vraagt. Wat zegt je hart?” “Ik wil terug”, zegt ze. “Dan gaan we terug,” zeg ik.