Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Weet jij welk geluid een kangoeroe maakt?

“Stop met straffen en belonen”: het was opnieuw een nieuwsitem. Steeds vaker lezen we pedagogen die aan de alarmbel trekken, ondersteund door massa's onderzoek dat de effecten van belonen en straffen op kinderen bloot legt.

 

In die context vind ik het interessant om me er van bewust te zijn hoezeer belonen en straffen deel is gaan uitmaken van onze dagelijkse interacties met kinderen. In die mate zelfs, dat we het belonen en straffen dat in die interacties “verstopt zit” zelfs niet meer als zodanig herkennen.

 

Een extreem voorbeeld hiervan is dat van een muzieklerares die bij aanvang van de les aan haar leerlingen stickers beloofde “die ze op het einde zouden krijgen” en erbij vertelde dat het geen systeem van “belonen” was.

 

Er zijn ook meer gangbare voorbeelden. Zo denk ik bijvoorbeeld aan hoe veel mensen contact maken met mijn dochter: door te vragen of ze iets “al” weet.

 

Bijvoorbeeld: “weet jij hoe deze bloem heet?” of “weet jij welk geluid een kangoeroe maakt?” Het kan onschuldig lijken. Toch merk ik dat telkens wanneer iemand – meestal is het iemand die mijn dochter niet goed kent en die contact probeert te maken op deze manier – zo'n vraag stelt, mijn dochter beschaamd achter mijn benen wegkruipt. Als je erover gaat nadenken is dat eigenlijk niet zo gek. Mijn dochter weet ook wel dat er maar één juist antwoord is op die vraag en ze kan ofwel “juist” zijn, of “fout”. De persoon die de vraag stelt is meteen in een positie van macht. Hij zal “beoordelen”. Mijn dochter wilt vaak niet eens antwoorden.

 Flickr Commons, RNW.org

Flickr Commons, RNW.org

Mijn dochter weet ook wel dat er maar één juist antwoord is op die vraag en ze kan ofwel “juist” zijn, of “fout”. De persoon die de vraag stelt is meteen in een positie van macht. Hij zal “beoordelen”.

(Wat een verschil met wanneer iemand zou vragen of ze samen over kangoeroes willen praten / kangoeroes willen tekenen / …)

 

Nu zou je kunnen zeggen dat heel veel kinderen “het toch “leuk” vinden” om op zo'n vragen te antwoorden? Denk maar aan al die kinderen die ongeduldig op hun stoel zitten te schuiven wanneer zo'n vraag wordt gesteld tijdens voorleesrondes of op andere partijtjes: “wie weet wat dit is?” (het antwoord is: je weet het wel – “goed!!” – of je weet het niet – “aii!!”) Wat interessant is, is dat onderzoek naar trauma bij kinderen aantoont dat na een traumatische ervaring een “verschuiving” in het zelf-beeld ontstaat. Innerlijk ervaart een kind dan meer schaamte over het zelf. Kinderen gaan dat compenseren door te trachten meer “trots” in hun externe wereld op te wekken: ouders die “trots” zijn op hen, juist op vragen antwoorden, de eerste/beste willen zijn, etcetera. Dit is, in micro-vorm, hetgeen gebeurt wanneer iemand zo'n vraag stelt. In micro-vorm omdat het een klein moment is. Waarom traumatiserend? Een kind dat zich niet kan verzekeren van een onvoorwaardelijke acceptatie, kan niet zeker zijn dat hij niet opgegeven zal worden in bepaalde situaties. Zijn vlucht- of vechtrespons wordt dan geactiveerd.

 

Intussen vinden we zo'n trots zelfs zo normaal dat we niet meer verbonden zijn met beeld van een kind dat werkelijk assertief is: een kind dat kan vallen en opstaan zonder dat dit aan zijn of haar zelfbeeld raakt. Letterlijk en figuurlijk. Een zelfvertrouwen dat niets te doen heeft met schaamte of trots; één dat rotsvast is. Gewoonweg.

 

 

Het “testen” dat we inpakken in zo veel dagelijkse interacties met onze kinderen – en vaak ook de hele dag door op school – moedigt de vervorming van het zelfbeeld van kinderen aan waar ik het hierboven over heb. Het is een vorm van belonen en straffen die weinig subtiel is en toch zo vaak voorkomt dat we hem vaak niet langer als dusdanig herkennen.

 

Toch is een alternatief zo snel uitgesproken. “Hou jij ook zo van bloemen? Kom laat ons eens opzoeken wat we te weten kunnen komen over die roze!”

 

Joehoe, dat smaakt naar meer!