Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Speelgoed delen: een heel gedoe?

Peuters delen niet altijd graag hun speelgoed.

 Photo, Flickr Creative Commons, Andrew Malone

Photo, Flickr Creative Commons, Andrew Malone

 

Laatst zag ik een cartoon passeren van een jonge mama die tegen haar peuter zegt: “laat dat ander kind nu toch ook eens met jouw spullen spelen!” De prent ernaast toont het tafereel van een meneer die plots aan haar tafel staat, met haar telefoon te prullen. “Wat een freak” roept de vrouw uit.

 

Over dubbele standaarden gesproken.

 

Dan blijft natuurlijk de vraag wat we nu doen, in situaties van conflict over spullen.

 

Volgens rebelleert een peuter voornamelijk tegen het feit dat zijn autonomie wordt ontnomen wanneer iemand hem komt vertellen wat hij wel of niet ok hoort te vinden. Niet alleen vertelt iemand anders hem dat hij het willens nillens ok moet vinden dat hij deelt, hem wordt ook vertelt wàt hij moet delen. Dat er protest komt is niet eens zo vreemd.

 

Conflicten zijn een stoomkoker van ervaringen voor peuters. Conflicten oplossen kan tot heel wat voldoening leiden wanneer ouders niet te snel inspringen om de situatie met een regeltje op te lossen (“deel nu maar snel”, “wie was eerst”, “van wie is het speelgoed”, en ga zo maar door). Natuurlijk is het zo dat kinderen niet met elkaar rekening kunnen houden zoals volwassenen dat doen. Al gauw is in zo'n spelsituatie één kind de “underdog” en een ander kind geniet een dominante positie. Kinderen hebben er baat bij dat ouders (of verzorgers) de situatie mediëren: de kinderen helpen om hun gevoelens te benoemen en een gesprek faciliteren waarbij de kinderen zélf tot een oplossing komen die de gevoelens en wensen van beide kinderen in rekening brengt.

 

Eens je peuter wat ouder is kan je ook – vòòr een playdate begint – alvast even polsen welke spullen je peuter liefst privé houdt en van welke spullen hij het ok vindt dat er andere kinderen mee zullen spelen. Meestal komt het er op neer dat 1 of 2 spullen aan de kant worden gezet. Je kind heeft ervaren dat hij een keuze had – zijn autonomie werd in stand gehouden. Omdat de strijd om autonomie geen centrale rol meer speelt in eventueel later conflict tijdens de playdate – dat ook al veel minder voorkomt – geraken conflicten op een meer authentieke manier opgelost. De extra “lading” die het zoeken naar oplossingen verzuurde is weg. Dat maakt een zoeken naar oplossingen een pak transparanter, en daar heeft iedereen uiteindelijk baat bij.