Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Twee dooddoeners onder de loep genomen

 

Ik heb het er toch ook goed vanaf gebracht?”

We hebben je toch ook grootgebracht?”

 

Veel gesprekken over opvoeding eindigen met één van deze twee dooddoeners. Dit is jammer, want die gesprekken over opvoeding zijn nuttig, heel nuttig. Zeker wanneer ze voorbij deze dooddoeners mogen en kunnen gaan. Tussen ouders onderling; tussen ouders en grootouders.

 

Wanneer we als ouders stilstaan bij de eigen kindertijd die we genoten hebben dan begint een boeiend proces. Wat werkte? Wat werkte niet – of tot op bepaalde hoogte – of enkel mits trade-offs? Hoe voelden we ons bij bepaalde zaken? Hoe werkt onze opvoeding vandaag in ons door? Beide dooddoeners smoren eigenlijk dit belangrijke proces van reflectie in de kiem.

 

 

Reflectie als elementair onderdeel van “ouder” worden

 

Natuurlijk is het cruciaal dat we met liefde naar ons verleden kijken. Met liefde voor onze ouders, onze grootouders, tantes en nonkels, leerkrachten die we hadden op school, vrienden en vriendinnen en hun ouders, … Kortom: iedereen die een stempel heeft gedrukt op wie we toen waren en wie we vandaag zijn. We mogen ervan uitgaan dat ze het beste van zichzelf hebben gegeven. Even cruciaal is het om naar ons verleden te kijken met liefde voor onszelf: voor wie we zijn, voor datgene wat we als moeilijk ervaren in het leven, voor datgene waar we dankbaar voor zijn. Iederéén heeft wat van dat alles in zijn rugzak zitten: wat van die dingen waar we dankbaar voor zijn, en enkele van die dingen waar we misschien ook dankbaar voor zijn – groeikansen! – en die we tegelijk ook best lastig vinden. Waarvan we ons afvragen of ze wel nodig waren. Immers, hoef je eerst wel tegen de deur te lopen of kan je er ook gewoon doorheen wandelen?

 

Zelf-reflectie en reflectie over de eigen opvoeding kan ons ondersteunen om ons eigen verleden een plaats te geven. Vele coaches merken hoe belangrijk het is dat we dit proces gaan, willen we niet onbewust heel wat zaken die we niet verwerkt hebben doorgeven aan onze kinderen (check deze link!). Zeker, dat doen we allicht sowieso. De vraag is in welke mate. Gaan we dit proces, dan roepen we bepaalde – minder gunstige – automatismen een halt toe. Daar waar vele ouders hun kinderen precies behandelen zoals zij behandeld werden, tot in de fijnste details en uitspraken – ja, zelfs in gezinnen waar sprake was van misbruik – kunnen we een onderscheid maken tussen wie we toen waren en wie we nu zijn.

 

Het moet volgens mij dus kunnen dat we hier en daar onze eigen jeugd even herbekijken en er onze lessen uit trekken. Er naar streven om onze kinderen dat opstapje naar zichzelf te bieden dat we zelf misschien hebben gemist (en alweer, dat hebben we allemaal wel in meerdere of mindere mate). Niet uit boosheid, niet uit perfectionisme. Maar uit zorg, uit wijsheid. Uit besef dat we ook als samenleving groeien. Dan kunnen we onze terugblik situeren in een maatschappelijk proces. Ook onze ouders waren gesitueerd binnen een bepaald tijdperk. Dit wil niet zeggen dat opvoeden daarom relatief is. Dit wil in het beste geval zeggen dat we vandaag de lessen kunnen plukken die gaandeweg zijn geleerd, met liefde en begrip voor wat is geweest én met de vastberadenheid om verder te gaan. Doen we dat niet, creëren we een obstakel voor onszelf en anderen.

 

 

Zeker, onze kinderen kunnen tegen een stootje

 

Overigens, voor zij die nu denken. “We hoeven onze kinderen toch niet tegen alles te beschermen? Ze kunnen toch wel tegen een stootje?” Natuurlijk kunnen onze kinderen tegen een stootje. Wees zeker; geen kindertijd zonder uitdagingen! Je hoeft er als ouder dus zelf niet voor te zorgen dat je kind 'stoten' tegenkomt. Geef nou toe: gebruiken we dit argument niet een beetje om niet te hoeven kijken of de soort 'stoten' die ze krijgen in onze samenleving wel zo constructief zijn? En of we er echt niet iets aan kunnen doen? Het stoten krijgen gebeurt vanzelf. Gun je kinderen het voordeel stoten tegen te komen voorbij die die jij als ouder zelf in je kindertijd bent tegengekomen. Met nét wat meer bagage om krachtig in de uitdaging te staan.

 

 

Wat cijfers

 

Laat ons wat cijfers bekijken. Jongeren lijden steeds vroeger aan anorexia (“mijn noden zijn niet belangrijk”). Volgens de UZA lijden in Nederland 35% van de jongens en meisjes onder de veertien jaar aan anorexia. In België ligt dat cijfer nog hoger! Genetische factor kunnen zeker een oorzaak zijn. Alleen… Het cijfer nam toe van 8% naar 35% tussen 1999 en 2004… Genetische factoren worden uitgelokt door beelden die jongeren krijgen op televisie. Opvoedkundige factoren spelen ook een rol maar worden vaak niet vermeld. Heeft een kind het gevoel enkel graag gezien te worden wanneer het voldoet aan de standaarden van de ouders, de school, de samenleving – iets wat een systeem van (verbaal) belonen zoals we het stelselmatig toepassen in onze opvoedingscultuur en scholen in de hand werkt– dan zal het deze visie ook gaan toepassen wanneer het gaat over eigenwaarde. “Ik voel me beter over mezelf wanneer ik er perfecter uitzie, betere resultaten behaal, noem maar op. Kortom, wanneer ik meer voldoe aan 'de standaard'; aan wat men van mij verwacht.”

 

Hoeveel mensen kent u die elke dag datgene doen wat ze graag doen? Is het een uitzondering of eerder standaard dat de mensen in uw omgeving weten waar zij vanuit het diepste van hun ziel hun dagen mee willen vullen en hiervoor durven gaan? In mijn omgeving is het alvast minder standaard dan ik zou willen. Ik kom het word 'burn-out' meer tegen dan me lief is.

 

Ik vind ook studies over porno relevant. Laat ons even bekijken waar zo veel pornoverhalen om gaan: “Come to daddy! Am I a good girl?” Ik straf of beloon je met seksualiteit - onderga het maar. Ik wil wel intimiteit maar kan je niet in de ogen kijken. Onze seksuele neurosen teren op een combinatie van gemis van gezond huidcontact en liefde, autoritair opvoeden, straffen en belonen. Lust aan de oppervlakte; weinig verbondenheid. Daarnaast blijft het aantal scheidingen toenemen - en is het voor mensen in onze cultuur best een uitdaging om -letterlijk en misschien ook wel figuurlijk- samen te leven. Het zou me niet verbazen als vele volwassenen in onze cultuur het impliciete geloof hebben dat "uiteindelijk, als puntje bij paaltje komt, niemand met hen wilt samenleven"; dat ze - om één of andere onverklaarbare reden "niet goed genoeg" zijn. 

 

Heeft u zich wel eens depressief gevoeld? Over de periode van een jaar kampen ongeveer 700.000 mensen met een psychisch probleem. Dat komt bijna overeen met de totale bevolking van de twee grootste Vlaamse steden, Antwerpen en Gent, samen (Geestelijk gezond Vlaanderen). Regelmatig wordt gewaarschuwd voor het toenemend gebruik van anti-depressiva bij kinderen en minderjarigen. In Vlaanderen is zelfdoding na verkeersongevallen zelfs de belangrijkste doodsoorzaak bij jongeren onder de 24 jaar (cijfers van Dr. Corine Faché). Het merendeel van de mensen die depressief zijn of overgaan tot zelfverminking of zelf-doding heeft het gevoel niet begrepen te zijn, niet "ontvangen" te worden met iets waar ze mee kampen.

 

Dit zijn maar een paar voorbeelden. En natuurlijk heeft dit niet allemaal met de opvoeding te maken. Maar zeg nu zelf… Brachten we het er wel zo goed vanaf dan? Is er dan echt geen verbetering mogelijk? Niks op aan te merken?

 

In de woorden van The Feminalist Mom:

I often hear the argument, “My parents did XYandZ and I turned out fine.” 

Yes, we are fine in a culture with depressingly low standards of “fine.”

 

 

De onzekerheid van kinderen

 

Verbaast dit dan?

 

Vele kinderen voelen zich onzeker over twee thema's:

* Aanvaardt men mij wel zoals ik ben? Is er een plaats voor mij thuis, in onze samenleving?

* Wie ben ik? Wat wil ik? Waarom leef ik?

 

Het valt me vaak op hoe sterk we kinderen in een ego-spel drukken (dat was zo toen ik een kind was en het neemt steeds toe). We ontmoeten kinderen door hen te overladen met complimenten (“wat mooi!” “wat flink!”). Kinderen ervaren dikwijls dat ze "goed" zijn als ze die complimenten krijgen en willen volwassenen vervolgens steeds meer gaan plezieren. Hoe anders zou het zijn mochten we gewoon even luisteren naar onze kinderen. “Wie ben jij? Wat houdt jou bezig?” Ik merk als ouder vaak dat volwassenen zo bezig zijn met het complimenteren dat ze niet horen dat een kind eigenlijk iets helemaal anders vertelt – gewoon omdat het belonen zo veel "lawaai" maakt. Dus kan mijn dochter gecomplimenteerd worden over haar "mooie jas" terwijl zij eigenlijk druk bezig is met te proberen vertellen dat ze vandaag als poes door het leven gaat. Wat een gemiste kans voor verbinding! Ik zie het dagelijks meermaals gebeuren. Ik gebruik de term "lawaai" omdat het kinderen overvalt met ladingen die vaak meer vertellen over de volwassenen dan over het kind. Jammer genoeg eigenen we ze ons niet toe (we zeggen “jij bent flink” in plaats van “ik vind het leuk wanneer je dit of dat doet” of zelfs "je jas is mooi" in plaats van "ik vind je jas mooi").

 

We belonen met de beste bedoelingen, daar twijfel ik niet aan. We willen onze kinderen de boodschap meegeven dat "ze het goed doen", dat we "hen waarderen." Jammer genoeg horen kinderen vaak het omgekeerde: ze krijgen het gevoel dat we ze graag zien wanneer ze "door onze hoepels springen", niet om wie ze werkelijk zijn. We zijn zo gefocust op het gedrag van kinderen dat ze het gevoel hebben dat hun verhalen niet gehoord worden. "Mag ik wel zeggen wat ik écht voel? Zal ik straf krijgen als ik dit zeg? Waarschijnlijk verlies ik de goedkeuring van mama of papa?" Belonen en straffen zorgt ervoor dat kinderen zichzelf gaan censureren. Als coach neem ik het dan ook ernstig wanneer kinderen mij vertellen dat ze het gevoel hebben dat mama of papa hen niet graag ziet. Ook al antwoorden de ouders vaak snel met een "natuurlijk wel" - is er telkens iets wat de kinderen ervan weerhoudt om die liefde ook werkelijk te doorvoelen, tot in de tipjes van hun vingers. En dat is, onze gedragspsychologische benadering. 

 

En we gaan overigens maar door, want de beloning moet telkens sterker worden om te “werken”. “Wow, kan jij dat al?” De bal gaat aan het rollen. Zo volgen de conversaties tussen kinderen onderling vaak het volgende patroon: “Ik kan dat wél al!” (en jij niet) “Ik zal je wel tonen hoe dat moet!” “Ik weet het hoor!” En zo een hele dag door. “Ik ben beter want ik presteer. Dus, ik presteer steeds meer (of tracht dat te doen, desnoods zal ik liegen om toch maar dat beeld dat jullie over me hebben staande te houden). Ik ben beter dan jou. Kijk eens hoe goed ik ben.” Wat ik vaak merk is dat kinderen na verloop van tijd verbindig met zichzelf verliezen. Wat wilden zij eigenlijk? Wie zijn ze, los van alle verwachtingen die anderen van hen hebben?

 

Zelden geven we kinderen het begrip mee dat kennis groeit met ervaring, dat kunde komt met de tijd – bij elk op zijn tijd – en dat je niet beter bent dan de ander (en dus ook niet beter dan jezelf even geleden) omdat je meer kan. Je bent wie je bent en dat is dik ok. Nu. En Nu. En Nu. Je doet wat je doet en je weet wat je weet. Laat ons overwegen om te stoppen met al dat trekken en sleuren naar anders en beter en meer voor onze kinderen. Laat ons als ouder onze kinderen zien en beluisteren zoals ze nu zijn. EN laat ons de vreugde om te groeien vanuit hun zijn aanwakkeren. Laat ons dus even luisteren en vragen stellen. Laat ons even pauzeren voor de “flink” of “goed zo” of “bravo” en “mooi” en “hoera” en “stout” en “dat mag niet” en gewoonweg even aanwezig zijn bij ons kind.

 

Heel veel kinderen “doen het goed” én zijn emotioneel ontzettend eenzaam. Ze voelen dat er geen plaats is voor wie ze “echt” zijn. Voor wat werkelijk in hen omgaat. Laat ons als ouders eens thuiskomen bij de ziel van het kind; zodat het kind dit ook voor zichzelf kan doen. “Jij bent welkom. Niet omdat je doet wat ik wil dat je doet (de boodschap die we meegeven wanneer we belonen), maar om wie je bent. " “Ik zie jou en ik ondersteun jou om meer jezelf te worden. Ik vertrouw jou en wat in je zit.”

 

Ik wou als kind een hond. Ik wou een hond omdat het een dier is dat niet oordeelt. Een dier dat me onvoorwaardelijk graag zou zien. Zegt dit meer over mezelf dan over gelijk wie? Jazeker, ware het niet dat dit zo'n algemene ervaring is – mét de nodige kleurschakeringen – dat deze tijd smeekt om op te voeden voorbij het gedragspsychologische model. Zodat we de innerlijke wereld van onze kinderen meer ruimte kunnen geven.

 

Meer lezen of ondersteuning bij jouw proces?

Lees het boek Unconditional Parenting van Alfie Kohn.

Vraag een gesprek aan