Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Wat "de eerste woordjes" zeggen over onze opvoeding

Mijn dochter sprak recent haar eerste woordjes. Rond die tijd gaan kinderen elkaar toespreken. Niets is leuker dan het gevoel begrepen te worden – zo blijkt uit het vrolijke gezicht van mijn dochter wanneer we herhalen wat ze gezegd heeft of met onze acties aantonen dat we haar begrepen hebben. Even leuk is het te delen wat je boeiend vindt – zo toont mijn dochter enthousiast plaatjes aan nietsvermoedende voorbijgangers: “Kijk eens, dit is een leeuw... Een lééuuuw!”

Al gauw gaan kinderen onderling steeds meer met elkaar in gesprek. In onze samenleving is er op dit moment één slagzin die het sociale leven tussen peuters reguleert: "dat mag niet!" “Ja” en “nee” zijn algemene aanwijzers die een kind hoe dan ook zal gebruiken naarmate hij of zij zich bewust wordt van het eigen "ik". “Mag niet” en “goed zo” geven daarentegen aan dat we als ouders en verzorgers wel zeer sterk bezig zijn geweest met het reg(ul)eren van het gedrag van onze kinderen. Hoe fijn zou het niet zijn mochten de eerste sociale woorden van kinderen – zo veelvuldig uitgewisseld op het speelplein - “leuk”, “doen!” of “samen” zijn, ik zeg maar wat.

Vandaag lijkt het bij het ouderschap te horen dat we ons huis - en in extensie ook de wereld - babyproofen om onze kinderen te beschermen. En dan nog vinden we dit dikwijls niet voldoende. Daar gaan we: “Nee, dat mag niet”, “daar niet aankomen!” “Hier blijven!” Vaak hanteren we hierbij standaarden die niet realistisch zijn voor de leeftijd van onze kinderen. Vooral in stedelijke omgevingen, waar kinderen zich in de crèche moeten gedragen en waar ze zich ook in het straatbeeld zelden tot niet vrij kunnen bewegen, hoor ik op het speelplein ook steeds meer “niet lopen!” of “blijf daaraf!” of nog “als je dit doet gaan we naar huis!”

Natuurlijk zorgen we ervoor dat ons kind niet in een echt gevaarlijke situatie terecht komt. Maar wat alle andere situaties betreft: gaan we niet iets te ver? Geven we onze kinderen nog wel mee dat het leuk is om te leven? Spannend misschien? Oké vooral? En veilig? Mogen ze nog wel gedijen in dat open gevoel dat je ervaart wanneer de wereld met al je zintuigen kan proeven en beleven? Ontnemen we hen niet hun autonomie om te ontdekken wie ze zijn en hoe de wereld er voor hen uitziet?

“Doe ik wel het juiste?” (i.e. krijgt wat ik doe de goedkeuring van mama en/of papa?) “Is dit wel ok?” “Ben ik wel welkom op deze wereld?” Kinderen kampen meer en meer en vroeger en vroeger met angsten, onzekerheden en depressies. Mag ik even ZIJN?”

Kinderen hebben er nood aan de wereld vrij te kunnen ontdekken. Zonder volwassenen die hen telkens de vinger wijzen of die hen bij elk stapje vertellen wat het volgende zou moeten zijn.

Wat als we in plaats van “daar mag je niet aankomen” zouden zeggen, “tante is heel gehecht aan deze vaas (kast, piano, bloemen, ...), en jij wilt ze maar wat graag ontdekken! Zullen we het samen doen?” Zodat ze ook tegen elkaar kunnen zeggen: “kom, samen!”

Wat als we onze kinderen zouden laten exploreren, zodat ze ook elkaar kunnen aanmoedigen: “deze doen!” als ze ondersteboven van de glijbaan glijden, in plaats van dat ze elkaar een snelle “mag niet!” toeroepen?

Ik zou zo'n verandering alleen maar toejuichen!