Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Opvoedingswinkel Plus

“Goh, ik wou dat wij dit wisten toen jij nog een baby was!” “Nu ik dit alles weet... Bij een tweede kindje wil ik het helemaal anders doen!”

Heb je dit al eens gehoord of misschien zelf gezegd? Heel wat grootouders hebben het gevoel dat zij de opvoeding van hun kinderen anders zouden hebben aangepakt, waren zij op de hoogte geweest van informatie die “nu voor handen is”. Ook heel wat ouders vandaag hebben het gevoel dat zij belangrijke informatie misten die hen kon ondersteunen bij de opvoeding van hun kinderen. Wanneer ze gaandeweg horen over alternatieve vormen van opvoeden, beslissen ze soms om het bij een tweede kindje anders aan te pakken. Ironisch genoeg gaat het vaak om informatie die al meer dan 10, meestal 15, 20 en soms zelfs 30 of 40 jaar in omloop is*; informatie die steunt op grondig en gedegen wetenschappelijk onderzoek naar een gezonde hechting bij jonge kinderen. We kunnen vandaag ook bouwen op inzichten in verschillende culturele opvoedingspatronen en de lange termijneffecten daarvan die sociologen en antropologen door de jaren heen in kaart hebben gebracht. Het is dus niet zozeer dat de informatie over alternatieve vormen van opvoeden niet beschikbaar was, maar dat ze jonge ouders niet bereikte en ook vandaag nog zelden bereikt.

Gisteren ontving ik een nieuwsbrief van Kind & Gezin waarin stond dat mijn peuter er baat bij heeft dat ik haar complimenten geef over wat ze kan en doet. Het zou haar zelfbeeld ten goede komen. Tijdens mijn laatste bezoek aan Kind & Gezin werd mij geadviseerd mijn dochter te negeren of een time-out in te lassen als zij iets “fout” doet. Eén van de belangrijkste organisaties voor ouder en kind lapt met dit advies-zonder-kanttekeningen jaren van onderzoek aan zijn laars. Het gaat om onderzoek dat aantoont dat belonen – ook onder de vorm van complimenten – en straffen - dreigen het kind over het hoofd te zien of uit te sluiten - een eerder nefast effect hebben op het zelfbeeld van een kind en ook op de veilige hechting tussen ouder en kind. Ik wil hier zeker niet Kind & Gezin in haar werking of bestaansreden aanvallen. Andere instituties en organisaties die in onze samenleving instaan voor de zorg voor en opvoeding van kinderen zijn in hetzelfde bedje ziek. Dagelijks worden kinderen in scholen “gemotiveerd” door hen stickers toe te stoppen of te dreigen met “de hoek” of “nablijven”. En ook vele “opvoedingsexperts” kiezen vaak de code van snelle gedragsverandering boven het voeden van een gezonde hechting en daadwerkelijk ethisch inzicht in kinderen. Ouders zijn soms op de hoogte van de kritische kanttekeningen maar weten niet goed wat ze in de plaats kunnen doen.

De tijd is gekomen om de vraag te stellen hoe de vele instanties die ouders en kinderen dienen, sneller de inzichten van recent onderzoek met hun publiek kunnen delen en hoe zij een gevarieerd en genuanceerd overzicht kunnen geven van verschillende opvoedingsbenaderingen. Zij kunnen ouders kennis laten maken met alternatieven voor de standaard gedragspsychologische benadering die vandaag helaas nog steeds als “vuistregel” beschouwd wordt. Scholen dienen zich meer en meer de vraag te stellen hoe zij kinderen ethisch inzicht bijbrengen, niet als een vak apart, maar als een in-de-wereld-zijn. Het wordt dan des te belangrijker dat kinderen in dagelijkse situaties invoelen wat het betekent om respectvol om te gaan met elkaar – en dat dit ook gemodelleerd wordt. Wanneer we kinderen al manipulerend aanzetten tot “goed gedrag”, door onze liefde weg te nemen als ze zich niet gedragen zoals wij willen, of door hen te belonen als ze zich wel gedragen zoals wij willen, dan zijn wij nog ver verwijderd van een wereld waarin we dagelijkse keuzes maken met een gevoel van verantwoordelijkheid voor het welzijn van onszelf en anderen. Even ver ligt een wereld waarin we op een mondige manier onze noden kenbaar kunnen maken en die van anderen kunnen ontvangen, met respect voor de ruimte die zich tussen twee mensen ontvouwt.

Opvoedingswinkel Plus

 

Heel wat organisaties die instaan voor de vroege zorg van jonge gezinnen hebben een belangrijke eerstelijnsfunctie. Zij bieden basisondersteuning, gaan na of er geen sprake is van kindermishandeling of -verwaarlozing en bieden een standaard medisch pakket aan. Deze organisaties zorgen er voor dat er een algemene norm is waaraan alle opvoedingssituaties gemeten worden. Intussen vallen er echter vele gezinnen uit de boot; die gezinnen die nét dat stapje verder willen gaan. Er is nood aan een soort “opvoedingswinkel Plus” voor ouders die bewust en kritisch met dit standaard verhaal willen omgaan; voor ouders die de innerlijke wereld van hun kind – hoe jong ook – mee in de weegschaal willen leggen bij het oplossen van conflicten binnen het gezin. Ook zij hebben vragen. Hoe geef ik grenzen aan zonder dat mijn kind zich beschaamd of schuldig gaat voelen over wat ze heeft gedaan. Hoe kan ik het probleemoplossend vermogen van mijn kind aanwakkeren, ook in dagdagelijkse situaties van conflict binnen het gezin? Hoe kan ik er voor zorgen dat ik zo met mijn kind omga dat ik haar niet het gevoel geef dat haar emoties er niet toe doen? Als ik kies voor een onvoorwaardelijke opvoeding, mag ik dan nog wel eens boos worden? Ook voor ouders die verder willen gaan dan een gedragspsychologische benadering voor de opvoeding van kinderen is opvoedingsondersteuning nodig. Het is daarnaast nodig dat ook zij terecht kunnen bij organisaties die zorgtaken van hen over kunnen nemen op een manier die aansluit bij deze fundamenteel verschillende benadering van opvoeden. Vandaag is het zo dat ouders die kiezen voor een benadering die in haar grondvesten anders is dan de gedragspychologische nog te vaak in de kou blijven staan – ofwel gedwongen om de kracht van deze opvoedingsstijl tot de privésfeer te beperken, of om zelf alle zorgtaken in handen te houden (de “Do-It-Yourselvers”) – denk aan coöperatieve crèches of zelfs vormen van thuisonderwijs in groep. Het risico hier is dat niet iedereen de kans heeft om zo'n projecten zelf op te starten of om de kinderen thuis te onderwijzen. Het is tijd om gezonde alternatieven meer frequent aan te leveren – op een manier die gefundeerd is in onderzoek, inzicht en levenswijsheid – ook van overheidswege.

Keerpunt

Laat ik even duidelijk stellen dat ik zeker niet vind dat scholen of crèches ouders in al hun wensen moeten volgen of achternahollen. Ook wil ik het harde werk dat Kind & Gezin en andere organisaties leveren om gepaste adviezen te geven aan ouders niet ontkennen en al evenmin de nieuwe organisaties die her en der opgestart worden. Voor ouders die affiniteit voelen met een onvoorwaardelijke opvoedingsstijl – overigens verschillend van een grenzenloze opvoeding – gaat het echter om meer dan “bijschaven”. Deze benadering stelt een heel ander mens- en wereldbeeld voorop. Het kind wordt benaderd als een wezen dat in essentie wil samenwerken, erbij wil horen, wil groeien. Bij de opvoeding blijf je dan aan de zijde van het kind staan, ook bij conflict. Je neemt het perspectief van het kind mee in rekening als er iets “fout” gaat – hoe ziet het kind deze situatie? Wat motiveerde hem? En, nu we met een conflict zitten, kunnen we dan samen zoeken naar een oplossing? Deze benadering stelt de dagelijkse cultuur in scholen en andere organisaties in vraag, evenals meer structurele componenten zoals bijvoorbeeld het puntensysteem. Hoewel elke school en elke organisatie stappen zet, blijft de nood aan een vernieuwde leeromgeving voor kinderen prangend; een leeromgeving die vooreerst is afgestemd op de interpersoonlijke gevoeligheden die jongeren in de wereld van morgen goed zullen kunnen gebruiken.

Opvoeding Vanuit Verbinding

1) Opvoeding Vanuit Verbinding wil hieraan bijdragen op drie manieren. Eerst en vooral bieden wij opvoedingsondersteuning voor mensen die kiezen voor meer alternatieve benaderingen van opvoeden (onvoorwaardelijk opvoeden, natuurlijk opvoeden, authentiek ouderschap, attachment parenting, noem maar op). Wij gaan samen met ouders op zoek naar wat dit betekent in dagdagelijkse situaties.

2) Opvoeding Vanuit Verbinding biedt ook trajectbegeleiding aan voor organisaties die dag in dag uit met kinderen en jonge gezinnen werken. We ondersteunen deze organisaties om zowel wat betreft hun structuur als dagelijkse cultuur adequaat in te spelen op recent onderzoek naar het welzijn van kinderen. We gaan samen op zoek naar de lange termijn doelstellingen van deze organisaties en bekijken hoe hier best naartoe gegroeid kan worden, rekening houdend met een steeds veranderende wereld.

3) Opvoeding Vanuit Verbinding werkt aan een culturele omwenteling. In samenwerking met lokale buurtwerkingen richten we ontmoetingsmomenten in voor kinderen, ouders, grootouders en andere opvoeders en gaan samen op zoek naar wat het betekent om vandaag de dag op te voeden. We organiseren bijeenkomsten rond het thema “kindvriendelijke stad” en moedigen bedrijven en horecazaken aan dit thema op hun “menu” te zetten.

* Bowlby legde de basis voor heel wat kennis over hechting tussen ouder en kind en dit reeds in de jaren '60 (en dit onderzoek wordt nog steeds niet voldoende gerecupereerd door "opvoedingswinkels"!). Het boek “Continuum Concept” kwam uit in 1975; Alfie Kohn's boek “unconditional parenting” kwam uit in 2005. Thomas Gorden publiceerde zijn werk vanaf de jaren '70. Onderzoek naar de positieve impact van gebarentaal op de peuterpubertijd begon in de jaren '80. In 2004 kwam een artikel uit “The Emotional Costs of Parents' Conditional Regard” (Assor, Guy and Deci, Journal of Personality 72: 47-89). Reeds in 1964 deed Wesley Becker onderzoek naar de gevolgen van verschillende soorten van disciplinering door ouders. In 1999 kwam onderzoek uit dat de effecten van extrinsieke "triggers" op intrinsieke motivatie blootlegde (Edward, Koestner, Ryan in Psychological Bulletin 125, 627-668) en in 1995 werd de link gelegd tussen autonomie en zelfvertrouwen (Edard and Ryan in Efficacy, Agency and Self-esteem). In 1990 kwam onderzoek uit dat de relatie aantoonde tussen de aanpak van leerkrachten en de zelfdeterminatie van kinderen (Flink, Boggiano en Barrett in Journal of Personality and social psychology, 1990). Martin Hoffman schreef reeds in 1960 een studie “power assertion by the parent and its impact on the child.” In 1996 kwam een boek uit “Beyond Discipline: from compliance to community”. “When Rewards Compete with Nature: the undermining of intrinsic motivation and self-regulation” verscheen in 2000. In 2001 legden Swanson and Mallinckrodt de relatie bloot tussen het weerhouden van liefde bij kinderen en hechtingspatronen in hun latere leven (in Psychotherapy Research 11, 455-472). Dit zijn maar een aantal voorbeelden van een heel pak onderzoek dat voor handen is.