Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

De eeuwige verliezer

Of: hoe kinderen vaak het gevoel hebben dat ze in een strijd verwikkeld zijn met hun ouders - meer nog, een strijd die ze nooit kunnen winnen. Ze hebben het gevoel dat ze “nooit wat goed kunnen doen”; dat ze “nergens zichzelf mogen zijn”. Lees je even mee?

- “Ik wou zo graag dicht bij je zijn toen ik klein was. Je borst gaf me veiligheid. Je gaf me een tut in de plaats; dat vond ik uiteindelijk ok. Maar nu zeg je dat ik onnozel ben als ik die graag bij me heb?”

- “Je zegt dat als ik het zand op de glijbaan gooi, we dan naar huis gaan. Dat mag niet; ik ben stout. Ik zie het een ander kindje doen – en weet precies wat gedaan. Ik vertel haar dat dat niet mag! Maar je komt naar me toe en haalt me boos weg “laat dat kindje nou eens doen!” Ik begrijp niet wat ik telkens fout doe?”

- “Ik ga met veel plezier van de glijbaan, telkens weer. Je vraagt me of ik niet bang ben. Ik sta er bij stil en ja, dit is best eng! Later zeg je me dat ik hier toch niet bang voor moet zijn?”

- “Ik ontdek de wereld zo graag! Vandaag kwam ik naar je toe met een vraag – ik vertrouw jou als mijn gids door de wereld. Je antwoordde me dat ik niet zo'n moeilijke vragen mag stellen. Ik besefte dat ik mensen beter niet lastig val op die manier. Nu ik van school kom zeg je me dat ik niet kritisch genoeg ben?”

- “Ik zat met mijn papa in het park. Ik vond heel wat papiertjes die overal rondslingerden. Ik vroeg “mag ik het in de vuilbak doen?” Papa was bezig op zijn gsm en leek me niet te horen. Ik vroeg het wel vijf keer. Ik voelde me immers verontwaardigd en trots tegelijk: op school leerde ik dat het niet fijn is voor anderen als je afval laat liggen in het park én dat het knap werk is als je het opruimt – ook al is het afval van iemand anders. Papa werd boos “laat die vuiligheid nu eens liggen!” Ik weet niet wat ik volgende keer moet doen. Rond de schoolpoort hoor ik mensen klagen over “de jeugd van tegenwoordig”?

- “Toen ik een baby was huilde ik vaak; ik wou mijn mama dicht bij me hebben. Ze vertelde me zacht en met spijt dat ze er niet kon op ingaan; dat ik dan te afhankelijk zou worden. Ik moest mezelf leren troosten. Nu ben ik tiener en ga ik elders heen als ik steun nodig heb. Mijn mama vindt dat gek en wil dat ik haar meer toevertrouw. Ze zegt dat het jammer is dat tieners zich zo sterk verwijderen van hun ouders...”

- “Als we op restaurant gaan mag ik met de iPad spelen, zolang ik mama en papa maar niet in verlegenheid breng en stil ben. Maar niemand praat eigenlijk met mij. Nu ben ik veertien en vind ik het vervelend om op restaurant te gaan. Ik voel me er niet thuis. Mijn ouders zijn boos "omdat ik nooit eens wat zeg aan tafel” en "te veel voor de computer hang".

De voorbeelden hierboven zijn voorbeelden die ik verzameld heb op speelterreinen, in restaurants, cafés en op straat. Ik reconstrueerde - ongetwijfeld vaak onbewuste - gedachtengangen van kinderen. Ze nodigen ons echter uit om vaker het perspectief van onze kinderen in te nemen. We moeten ons als ouders durven afvragen of we niet op één of andere manier oorzaak zijn van gedrag dat we moeilijk van onze kinderen kunnen accepteren. We geven onze kinderen dikwijls (gemengde) boodschappen mee. Wanneer we ons hier bewust van worden, kunnen we conflicten aan de basis aanpakken en meer gepast inspelen op angsten, onzekerheden, twijfels en frustraties in onze kinderen. De dynamieken erkennen die hier spelen is een eerste stap in het ontzuren van gezinsdynamieken richting een fijne en begripvolle relatie tussen ouders en hun kinderen. Er is niet één boosdoener; iedereen draagt een deel verantwoordelijkheid in uitdagende gezinssituaties.

 

Karen De Looze is opvoedingscoach bij Opvoeden Vanuit Verbinding. Stuur gerust een email naar blijgehecht@gmail.com of volg Opvoeden Vanuit Verbinding op Facebook!