Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

10 redenen om je kind niet te belonen

Meer en meer ouders vandaag staan kritisch tegenover straffen. Maar hoe zit het nou met belonen? Dat is toch zeker niets mis mee? Moeten we onze kinderen niet aanmoedigen en hun zelfvertrouwen sterken?

In onze cultuur is een belangrijke waarde in het opvoedingsproces het ontwikkelen van een gezond zelfvertrouwen in het kind. Belonen wordt vaak gelegitimeerd op deze gronden. Toch heeft belonen een contraproductief effect. Ik zet de redenen hiervoor even op een rij. Vooraf: belonen is meer dan stickers geven voor "goed gedrag", je kind na een klusje een half uur TV beloven, of zelfs een nieuwe iPad aankopen in ruil voor "goede punten". Vele beloningen worden louter communicatief meegegeven, bijvoorbeeld, “wat ben je slim!", "flinke meid!" of "goed gedaan!”. Dit indachtig: let's go!

1. Belonen geeft het kind de boodschap dat de ouder "goed gedrag" niet van het kind had verwacht.

Wanneer de ouder het kind beloont voor goed gedrag kan het kind kan de indruk krijgen dat de ouder geen vertrouwen in hem stelt. Het kind kan gaan twijfelen aan zichzelf. Dit ligt aan de basis van het gevoel van vele volwassenen dat bepaalde delen van hen "niet oké" zijn of dat ze als persoon niet helemaal "oké" zijn (vandaar dat psychologen zo vaak inzetten op de acceptatie van het verhaal van een persoon die hun praktijk bezoekt). Immers, het mensbeeld dat onder belonen schuilgaat is vaak weinig veelbelovend: als we kinderen niet belonen, hoe leren ze dan "goede dingen" te doen? Kinderen absorberen zo'n mensbeeld snel. Kinderen zijn van nature zeer capabel om rekening te houden met anderen en willen dat ook doen. En ze zijn in ontwikkeling. Ze bouwen een wil op, een ego, enzovoort. Een genuanceerd begrip van hoe beide elementen samengaan is cruciaal om de autonomie van het kind te ondersteunen bij het aanscherpen van ethisch handelen.

2. Belonen leidt af van altruïstisch gemotiveerd gedrag

Wanneer kinderen beloond worden voor gedrag leidt dit hen tevens af van de onderliggende redenen waarom dit gedrag als "goed" beschouwd wordt, zoals rekening houden met anderen, zorgzaam zijn, verantwoordelijkheid nemen, enzovoort. Eerst wordt het kind van deze waarden afgeleid naar het niveau van het gedrag. Na een poos gaat de motivatie van het kind om een beloning te krijgen primeren. De motivatie achter het gedrag heeft dan niets meer te maken met rekening houden met anderen, zorgzaam zijn of verantwoordelijkheid nemen. Het is ook heel goed mogelijk dat een kind gaat rebelleren en weigert het "gevraagde" gedrag te stellen. Ook in dit geval gaat het kind uiteindelijk volledig voorbij aan de onderliggende waarden.

3. Kinderen imiteren gedrag en beleven hier plezier aan. Hen belonen maakt van gedrag een strategie.

Kinderen willen in verbinding staan met anderen, en dat doen ze onder andere door het gedrag van diegenen die dicht bij hen staan te imiteren. Zij nemen dan ook op zeer natuurlijke wijze waarden en de gedragingen die daarmee verbonden zijn over. Belonen verandert gedrag een “performance”. Het wordt iets wat ze gaan doen - of erger nog, moeten doen - om de goedkeuring van de ouder en/of een beloning te krijgen. Het experimenteren met gedrag wordt hierbij "houterig". Het plezier te imiteren verandert in een blik naar de ouder na een gesteld gedrag: "was het goed?" Neem nou dat je kind je graag nadoet en een verpakking naar de vuilbak brengt. Je ziet de voldoening op zijn gezichtje. "Ik deed net hetzelfde als mama!" Je beloont hem. Wat later doet hij het weer. Hij gooit de verpakking in de vuilbak en … kijkt naar jou in de hoop weer beloond te worden. Wie belonen toepast als strategie, krijgt vaak als antwoord van het kind: een strategie. Helaas gaan kinderen dan ook vaak voelen dat ze die strategie moeten toepassen om geliefd te worden.

(De ouder die nu verzucht dat hij zijn kind toch altijd graag ziet mag niet vergeten dat dit voor kinderen vaak niet zo overkomt. Belonen geeft kinderen vaak de indruk dat ze liever gezien worden als ze die dingen doen die hun ouders van hen vragen. Dit effect wordt versterkt wanneer ouders hen misprijzen als ze dit niet doen. Wanneer we willen nagaan of belonen constructief is, moeten we vooral peilen naar het perspectief van het kind en welke impact belonen heeft op het wereldbeeld-in-opbouw van het kind).

4. Het kind wordt gemanipuleerd door de ouder.

Door belonen zal een kind zich afhankelijk gaan gedragen van de ouder. Een kind krijgt meer liefde en affectie wanneer het zich "goed" gedraagt. Het traint zich om zich naar de wensen van de ouder te gedragen (immers, zie reden 3: kinderen willen er graag bijhoren). Het kind kan angstig worden: vindt de ouder het (nog) wel goed wat ik nu doe? Op langere termijn leidt belonen het kind af van wat voor hem betekenisvol is als unieke persoon in dit leven. Het kind zal streven naar de goedkeuring van anderen en zijn eigen unieke stem verliezen. “Mag dit wel?” “Is dit goed?” of zelfs “ben ik een goed persoon als ik dit doe?” Ook hier is er ook een andere mogelijkheid: het kind gaat stevig rebelleren tegen hetgeen van hem "gevraagd" wordt. Het kind is het beu, zoals het in het Engels zo duidelijk klinkt, "to jump through hoops": om door hoepels te springen.

5. Kinderen voelen zich angstig om de "beloning te verliezen".

Kinderen kunnen bezorgd zijn om de goedkeuring die ze via beloning krijgen te verliezen. Bij frequent belonen ervaren kinderen vaak (dit vaak op een impliciet niveau) dat hun ouders voorwaardelijk van hen houden. Ze vrezen dat wanneer ze om één of andere reden een gedrag stellen (neem nou, met minder goede punten naar huis komt, om gelijk welke reden ook) dat verschillend is van het gedrag waarvoor ze werden beloond, ze de goedkeuring van hun ouders verliezen. Kinderen hebben bij frequent belonen vaak het gevoel dat ze "niet helemaal oké zijn" en dat dit ooit "ontdekt" zal worden. Zo kan een kind dat vaak beloond wordt met de woorden dat hij “heel erg slim is” angstig zijn dat op een dag zou blijken dat dit toch niet zo is; dat hij door de mand zal vallen. Hij kan dan zijn studies gaan verwaarlozen. Door niet of minder te studeren heeft het kind een andere reden om een lagere score te behalen, hij had immers niet eens moeite gedaan. Of een kind wordt erg perfectionistisch, om zeker het beeld dat anderen van hem hebben niet teleur te stellen. Kinderen die beloond worden hebben vaak meer faalangst in plaats van minder (en vinden het vaak moeilijk om te verliezen, want nemen dit als een persoonlijk falen). In de bewoording "wat ben je slim!" wordt het slim zijn immers niet aan een bepaald gedrag gekoppeld, maar aan het kind als persoon geweten. Het kind heeft nu "iets te verliezen" en dit "iets" is ontzettend belangrijk, namelijk "eigenwaarde". Voor een kind dat beloond wordt, bijvoorbeeld door de zin dat “hij erg slim is”, kan zich al angstig voelen wanneer deze beloning niet gegeven wordt, ook al wordt hij niet gestraft. “Waarom werd ik nu niet beloond? Deed ik het dan niet goed?” De eigenwaarde van het kind wordt fragiel. (Vandaar trouwens dat ouders die na een poos willen stoppen met belonen het kind overigens best een beetje extra begeleiden doorheen dit proces).

6. Kinderen die beloond worden om iets wat hen geen energie heeft gekost kunnen het gevoel krijgen dat ze bepaalde rechten hebben zonder dat ze de bijbehorende verantwoordelijkheden leren dragen.

Laat ons bij het voorbeeld blijven dat ik net aanhaalde: een kind dat beloond wordt met de woorden dat hij zeer slim is, kan bijvoorbeeld erg boos worden wanneer hij een onvoldoende haalt, ook al studeerde hij niet voor een test. Het kan hem toch immers niet overkomen? Hij is toch slim? Of... loog papa/mama nu tegen me?

7. Kinderen die vaak beloond worden zijn meer bezig met het resultaat van iets dan met het proces dat ertoe heeft geleid.

Helaas kost dit kinderen veel levensvreugde. Het kost hen het vertrouwen dat ze ook die dingen aankunnen waar ze op het eerste zicht niet zo goed in lijken te zijn. Het kost hen het vertrouwen dat ze obstakels met inspanning kunnen overwinnen. Vaak durven ze niet meteen iets nieuws te proberen, voor ze zeker zijn dat ze er goed in zijn of dat hetgeen wat ze willen proberen “goedgekeurd” wordt. Met andere woorden, het ontneemt hen een belangrijke mate van autonomie, zelfzekerheid en ondernemerschap.

8. Kinderen voelen zich vaak eenzaam.

Wanneer ouders of andere verzorgers het gedrag van kinderen belonen kunnen kinderen de ervaring hebben dat hun interne leefwereld (te) weinig aan bod komt; dat het voor mama en papa niet uitmaakt waarom ze iets doen of hoe ze zich bij iets voelen. Het enige wat lijkt te tellen is dat ze zich goed gedragen. De ouder plakt een oordeel op het kind zonder dat hierbij gepeild werd wat het kind er zélf van vindt.

9. Als er broers of zussen in de buurt zijn, kan belonen leiden tot rivaliteit

Stel dat je zusje telkens te horen krijgt dat ze – we blijven bij het voorbeeld! - “erg slim is”. Maar jij wordt hiervoor zelden geprezen. Je zou je wel eens niet zo slim gaan achten. Vaak zit onder belonen een impliciete vergelijking (of wordt belonen op zo'n manier geïnterpreteerd door het kind, en alweer, dit is hetgeen wat telt) en dat heeft zo zijn eigen nare gevolgen.

10. De ouder die gedrag beloont gaat er vaak van uit dat hij of zij beter weet dan het kind wat hij moet doen, en bevraagt het kind of de situatie niet.

De ouder mist een kans om te vragen wat het betekent voor het kind om bepaald gedrag te stellen; hoe het kind zich ergens bij voelt. Zo verliest de ouder de kans om zijn of haar kind beter te leren kennen. Kinderen geven vaak authentieke, boeiende informatie mee wanneer hun mening gevraagd wordt. Het gebeurt niet zelden dat ouders een verfrissende kijk op het leven ontwikkelen door vragen te stellen aan kinderen die het leven van de ouder verrijkt.

Zo, 10 redenen op een rij. Belonen ondermijnt het zelfvertrouwen van kinderen eerder dan dat het hun zelfvertrouwen een “boost” geeft. Zelfvertrouwen dat "van buitenaf" op het kind "wordt geplakt" – onder de vorm van goedkeuring - is iets heel anders dan vertrouwen dat van binnenuit groeit. Ook komt het de ouder-kind relatie niet ten goede, of zelfs relaties met broertjes of zusjes. Tot slot komt het de morele intuïtie van kinderen niet ten goede. Wil je het belonen laten maar weet je niet precies wat je dan wél kan doen? Opvoeden Vanuit Verbinding coacht ouders en organisaties die zich meer kritisch willen verhouden tot belonen in het dagelijkse leven. Opvoeden Vanuit Verbdinging geeft ook vormingen en workshops.