Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Eitjes invriezen: een cadeau?

Als je als vrouw bij Facebook of Apple werkt, biedt je werkgever je de kans om eitjes in te vriezen, op kosten van het bedrijf. “Social freezing” heet dat en het zou ertoe bijdragen dat vrouwen een sterke carrière kunnen uitbouwen voor ze aan kinderen beginnen. Dat las ik eerder deze week in een artikel van Wouter Verbeylen op de KuLeuven nieuwssite. Het woord “uitstelbaby” is bovendien één van de meest opvallende nieuwe woorden van het jaar, aldus Metro.

Is “social freezing” een goede zaak en houdt het vrouwen mee “op de boot”? Of dreigen we als vrouwen én als samenleving de boot eerder te missen? Een kind krijgen is niet alleen nieuw leven geven, het brengt vaak ook bij ouders zo’n transformatie te weeg dat het niet onzinnig lijkt hier van een soort tweede geboorte te spreken. Beatrijs Smulders beschrijft het als volgt: “Vaak voelen vrouwen eindelijk wat hen diep vanbinnen beroert en wat ze werkelijk in het leven zouden willen.” Moeders vinden een nieuwe drijfveer, ontdekken wat hen zin – in de dubbele betekenis van het woord - geeft in het leven. Dit hoeven heus niet altijd de kinderen zélf te zijn.

Frederic Laleux kwam bovendien tot de bevinding dat bedrijven van de toekomst gemeenschappelijk hebben dat werknemers hun werk als betekenisvol ervaren. Je zou dan kunnen stellen dat bedrijven een risico wanneer nemen ze ruimte maken voor het proces van introspectie die met het moederschap gepaard gaat. Anderzijds draagt het er toe bij dat de juiste mensen op de juiste plaats terecht komen, en dit komt uiteindelijk iederéén ten goede.

Het ouderschap brengt niet alleen een omwenteling teweeg in de
zin die ouders ervaren in het leven. Het gaat ook gepaard met concrete gedragsveranderingen. Ouders willen zeker wel deelnemen aan allerhande activiteiten, maar die moeten wél de moeite zijn willen ze er tijd met hun kinderen voor opofferen.
Ouders worden niet alleen selectiever in hoe ze hun tijd besteden, ze gaan ook efficiënter te werk en doen meer in minder tijd, in vergelijking met hun leven voordat ze kinderen hadden. Het “moederbrein” ontwikkelt volgens neurowetenschapper Craig Kinsley bovendien de capaciteit om meer informatie simultaan te verwerken en er concreet naar te ageren. Een verworvenheid die blijft.

Akkoord, het ouderschap is allicht niet voor iedereen even omwentelend en andere wegen kunnen eveneens leiden tot deze transformatie. In die zin is de keuzevrijheid die mogelijk wordt door eitjes in te vriezen te waarderen. Wél is het belangrijk ook te overwegen dat de technologische en sociale mogelijkheid om dit te doen subtiel en niet-zo-subtiel dwingend kan zijn. Een praktijk als eitjes invriezen kan algauw deel gaan uitmaken van een bedrijfscultuur (“waarom zou je het niet doen als je kan?”) en van een algemene cultuur.

Een gelijkaardige druk bestaat overigens vandaag ook. Mijn dochter was drie maanden oud toen ik – en ik had in die drie maanden ook een doctoraat verdedigd - meer en meer ging horen dat ik toch mijn carrière niet mocht verwaarlozen; dat ik me toch lang op het ouderschap richtte. Een sociale druk die ik gewoonweg véél te vroeg vond komen.

Wordt het geen tijd dat we ophouden er van uit te gaan dat het moederschap tijd kost en niets bijdraagt; dat ouder zijn iets is wat je in je vrije tijd doet, naast datgene waar het leven werkelijk om draait, met name carrière maken, en dat het daar vooral niet mee mag interfereren? Begrijp me niet verkeerd, er is niets mis met carrière maken. Wél wanneer we dreigen de intrinsieke sociaal-maatschappelijke relevantie van een betrokken en bewogen ouderschap over het hoofd te zien – iets waarvoor we tijd willen en kunnen nemen. Een geëngageerd ouderschap draagt bovendien bij aan die carrière – het heeft de capaciteit iemand tot diep in zijn wezen te beroeren – en dan meer specifiek de sociale zin, creativiteit én efficiëntie die iemand aan de dag legt op de werkvloer. We nemen al gauw als vanzelfsprekend dat het een carrière in de weg zou staan.

Er is tijd nodig, en ruimte, om de transformatie die zo intiem verweven is met het krijgen van een kind te oogsten en haar in daden om te zetten. Drie maanden op de “pauzeknop” duwen na de bevalling is hiertoe gewoonweg onvoldoende. De gedachte aan werk neuriet de hele tijd in het achterhoofd van jonge moeders, en de zorg voor zoon of dochterlief richt zich meteen op het bewerkstelligen van een ritme en manier van leven die moeders terugkeer naar de werkvloer kan bespoedigen. De “verstandelijke aanpak” zegeviert hierbij: “op huilen reageer je best niet want dan maak je je baby afhankelijk” (is dit nou niet net karakteristiek voor een baby: dat hij afhankelijk is van een hechtingsfiguur en huilt om aan te geven dat hij zorg nodig heeft?), en zoon of dochterlief wordt geslaaptraind, liefst zo vroeg mogelijk. Vele ouders krijgen niet meer de kans om de eigen-aard-igheden van hun kind te leren kennen en vertrouwen op te bouwen in hun eigen intuïties als ouders. Het gebrek aan die basis kan ook jaren later bij moeilijkheden in de opvoeding tot uiting komen.

Krijgen ouders de tijd om even ten volle in het mysterie van ouderschap te staan, voltrekken zich wonderen. Door dit proces
alsmaar uit te stellen –- stellen we ook één van de meest gemeenschapsvormende ervaringen van geraakt-zijn alsmaar uit. Dit is niet alleen een groot persoonlijk verlies – wat immers als je plots beseft wat je écht wil in je leven maar je productieve tijd al om is? – maar ook een reëel maatschappelijk verlies, dat uiteindelijk ook bedrijven verarmt.