Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Mét kompas op de sociale media

Gehoord van de Koppen -reportage over een school die een vals profiel aanmaakte van een 13-jarige jongen? Ze deden dit om de gevaren van sociale media bij jongeren in beeld te brengen. Zeker, de reportage werd uiteindelijk niet uitgezonden. Toch kwamen de resultaten van het experiment van het Sint-Lutgardisinstituut in Mol uitgebreid aan bod in de kranten en op de radio. Wat kwam er o.a. uit de bus? Jongeren blijken zeer kwetsbaar te zijn wanneer het op het gebruik van sociale media aankomt. Vele jongeren delen gevoelige informatie met onbekenden en vele jongeren zijn bereid naar een afspraakje te gaan met iemand die ze via sociale media hebben leren kennen.

Siska Schoeters maande woensdagochtend jongeren aan om de grens te stellen tussen wat ze delen op sociale media en wat niet. Ze riep jongeren op om omzichtiger om te gaan met gegevens zoals je telefoonnummer, je adres, en natuurlijk ook, privé foto’s. Ze stelde dat uiteindelijk alleen de jongeren zélf zich veilig kunnen stellen ten aanzien van fenomenen zoals bvb. “grooming”.

Of dit op het moment dat je als tiener op Facebook aan het surfen bent zo is? Allicht. Tegelijk vraag ik me als ouderschapsconsulent af of dit perspectief niet een beetje te kort door de bocht gaat en enkele structurele verantwoordelijkheden van ouders en de samenleving over het hoofd ziet. Dat er werk is aan de kant van de “groomer”, dat is duidelijk. Maar ook ouders doen vaak te weinig om hun kinderen te ondersteunen om behoedzaam om te gaan met de sociale media.

Zo blijkt uit recent onderzoek dat ouders van een 5-jarige gemiddeld reeds 1000 foto’s online gedeeld hebben. Hoe ouder kinderen worden, hoe meer foto’s ouders online plaatsen. Zo’n 208 foto’s per jaar per kind wanneer een kind 16 is. Dit gaat ook om foto’s die we als “gevoelig” zouden kunnen omschrijven. Laat ons zeggen ook foto’s waar een kind later van zou kunnen zeggen “in mijn blote poep!?!” (en misschien zelfs, “en circuleert die foto nu nòg?” of “wìe heeft die gezien?!”). Hier bovenop komt nog dat de meeste ouders zich niet bezig gehouden met het bekijken van de privacyinstellingen op Facebook en zich weinig zorgen maken over het feit dat hun smartphone – waarmee de foto’s vaak gemaakt worden – locatiegegevens bij de afbeelding kunnen opslaan.

Een kind dat zelf “online komt” heeft dus eigenlijk al een hele bagage meegekregen via mama of papa – en vaak zelfs via derden. Het kind had geen inspraak in wat wel of niet werd gedeeld en al helemaal niet in de discussie of het überhaupt ok was dat er al iets werd gedeeld. Dat er een pak gevoelige informatie te kijk werd gegooid aan – voor het kind – vaak vreemden, nemen we te vaak als vanzelfsprekend. Is het dan gek dat een tiener het “te grabbel gooien van privé informatie” eigenlijk niet zo vreemd vindt?

Kan het anders? Zeker! Post minder tot geen foto’s van je kind online en vraag van zodra je kan toestemming aan je kind voor je gaat delen. En ook over wat je gaat delen. Schets daarbij ook de context voor je kind – zodat het de complexiteit van “ja” of “nee” kan vatten. Leg bijvoorbeeld uit dat foto’s soms een eigen leven gaan leiden. Ga in detail over wie de foto’s kan zien en wie niet. Met andere woorden, doe zelf je achtergrondonderzoek en geef dit ook mee aan je kind.

Nog een voorbeeld. Een baby houdt er op jonge leeftijd nogal aan de wereld te ontdekken via “bekenden”. In eerste instantie de mama – die hij of zij zo goed kent van in de baarmoeder - maar ook de papa – “die stem kennen we ook al!” Wanneer we dan plots – nog voor (en vaak lang voor) een kind een jaar oud is – het kind afzetten bij de onthaalmoeder of crèche is dit voor een kind dikwijls een bevreemdende ervaring. Het kind gaat huilen. “Ik wil eigenlijk niet bij mevrouw zus of zo blijven.” Het advies aan de ouders? “Maak je zo snel mogelijk uit de voeten, het gaat wel over.” Hiermee wil ik niet zeggen dat kinderen niet naar een onthaalmoeder of crèche kunnen gaan. Wél vind ik het belangrijk dat kinderen o.a. de ruimte krijgen om de verzorger goed te leren kennen. Vaak vraagt dit meer kennismakingsmomenten dan we regulier inbouwen. Een kind hopt in een crèche ook al te vaak van één verzorger naar een andere, zonder dat het eerst een vertrouwensband heeft kunnen opbouwen. Gaat een kind huilen omdat het de onthaalmoeder of crèche vreemd vindt, dan stel ik aan ouders voor dat ze de tijd nemen om hun kind te situeren in de verandering. Soms vraagt dit enkele extra minuten, en toch: je kind weet dat je er bent tot je kind zich veilig voelt. Wat ik hier voorstel betekent een hele culturele omwenteling in hoe we courant met de opvoeding van onze kinderen omgaan. Hoe vaak zeggen we niet “doe nu toch eens niet flauw” of nog: “wees eens flink!”

Nadien komen er soms - vaak! - een resem babysits aan die een kind nog nooit eerder had gezien en waar het meteen de avond mee doorbrengt. “Zie dat ik geen klachten hoor!” We overschrijden in dit alles zo vaak de grenzen van onze kinderen dat het nauwelijks verbaast dat jongeren het moeilijk vinden hun grenzen in te schatten. Hier dragen we als ouders en verzorgers een niet te onderschatten verantwoordelijkheid. Nee, een kind zal vreemden heel snel niet meer gek vinden en zal kunnen “mensenhoppen” wanneer we die grens vaak overschrijden, wat mooi meegenomen is wanneer we last minute nog een oppas moeten vinden. Maar in zeer reële zin hebben we ook zijn of haar kompas tilt doen slaan. Dit kompas groeit door in autonomie te ageren naar wat "ok" voelt en wat niet, en daarbij ook in te spelen op en een effect uit te oefenen op de omgeving, door de jaren heen. En het is net dàt kompas dat op de langer termijn zo belangrijk is. En het zijn de ouders die in eerste instantie een kind ondersteunen bij het uitvoeren van die autonomie, door te luisteren - ook naar de jongste baby - en het toe te laten een effect teweeg te brengen op zijn of haar omgeving.