Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Voor ouders met een baby die wel eens huilt (of wat vaker). Eens alles op een rij.

 Foto Flickr Commons: Meagan Midian

Foto Flickr Commons: Meagan Midian

Je hebt de slogan voor huilbaby’s vast al eens gehoord: “als troosten niet helpt…" Wat betekent “troosten” nu precies, in de praktijk? Troosten is “sussen”, soms “shh…en”; een baby wiegen of vasthouden, met de hoop dat het huilen zal overgaan. Er is iets moois aan troosten: we zijn geëngageerd bezig met onze baby. We erkennen dat hij/zij emotionele noden heeft. Ongewild geven we echter vaak deze boodschap mee aan onze baby: “ik heb moeite met jouw huilen, stop er maar snel mee”.

Bij alle adviezen die ouders meekrijgen om met een huilbaby om te gaan, maak ik graag de volgende denkoefening:

Stel ik ga door een heel moeilijke tijd. Alles is emotioneel lastig. Mijn partner zegt “sh… het is niet erg.” Hoe voel ik mij dan? Mijn antwoord op deze vraag is – voor mij althans - dat ik me miskend voel, onzeker, alleen.

Zo ook met het tweede advies dat ouders vaak krijgen: “negeer het huilen.” Een baby is afhankelijk van verzorgers, niet alleen voor het voldoen in fysieke behoeften, even zoveel wat betreft emotionele behoeften. Een baby kan de eigen emoties (nog) niet plaatsen, kan ze niet alleen verwerken en doet daarvoor beroep op die verzorgers met wie het een hechtingsband heeft opgebouwd. Het is dan ook geen wonder dat studies aantonen dat een kind laten huilen allerlei nadelige effecten heeft op de ontwikkeling van de emotionele intelligentie. Meer nog, onderzoek toont aan dat het de hersenontwikkeling kan verstoren. Als we al een positief aspect kunnen meenemen naar een meer geïntegreerde visie op huilbaby’s dan is het dat we bij negeren het probleem van baby’s niet tot het onze maken. We houden de emotie van de baby bij de baby en vermijden zo dat we in een negatieve spiraal terecht komen in relatie met ons kind (een ouder voelt zich schuldig of onzeker, straalt die emotie uit, en de baby – die nog geen onderscheid kan maken tussen zelf en ander – neemt die emotie opnieuw op en voelt nog meer ellende). Het nadeel bij negeren is natuurlijk dat we daarin te ver gaan: ouders nemen niet enkel de emotie van de baby niet op zich, negeren werkt in de hand dat de hechtingsband tussen ouder en kind geschaad wordt.

Hoe zit het dan met “Bewust Ouderschap”; het “Aware Parenting” van Solther? Een baby heeft vele redenen om te huilen, zo luidt het. Laat hem of haar huilen en wees aanwezig. Hou je baby vast terwijl hij/zij ontlaadt van een drukke dag. Ook deze tip houdt een belangrijk element in: we blijven verbonden met onze baby terwijl hij of zij uithuilt. Ook hier nemen we de emotie van onze baby niet over. Maar is er ook een nadeel aan verbonden?

Stel je voor – je bent een jaar geleden bevallen. Jij hebt tot nu toe elke nacht voor je baby gezorgd. Je bent telkens opgestaan terwijl je partner doorsliep. Je bent doodmoe, radeloos, en met tranen van vermoeidheid vertel je hem/haar dat je té moe bent, dat je het niet ok vindt dat jij telkens op staat en dat je ook voor hem/haar een rol weggelegd ziet in het nachtelijk opstaan (iets wat je allicht al meermaals hebt verteld).

 Je partner antwoordt: “ik hoor je, je voelt je ten einde raad omdat je te moe bent. Je wilt dat ik ook ’s nachts opsta.” Stel je nu voor dat je partner aan zijn begrip geen gevolg geeft.

Dit komt “wreed” over: “ik hoor je, ik weet waar je mee zit, ik begrijp wat je vraagt en… ik kies ervoor om het niet te doen.”

Wat nog al eens ontbreekt bij Aware Parenting is het actief ontvangen van de boodschap van de baby. Vaak wordt het geven van de borst afgestraft, nog vòòr met de baby gecommuniceerd werd. De borst geven zou de expressie van de emotie, het huilen stoppen. De vraag is: kunnen wij dat oordeel wel correct vellen, zonder onze baby actief te betrekken bij deze beslissing? Misschien heeft zoon- of dochterlief immers effectief dorst. Het is belangrijk dat een baby het antwoord mee kan bepalen. Waarom communicatie zo cruciaal is, en ook de terugkoppeling met onze baby, blijkt uit het volgende voorbeeld.

Een vader beschrijft dat - net nadat mama vertrokken is naar een avondje uit met vrienden - zijn baby maar blijft huilen. Hij troost hem en zegt dat mama wel zal terug komen. De baby blijft huilen. Het is pas na een tijdje dat hij besluit met zijn baby in gesprek te gaan. Blijkt dat de baby met iets heel anders zit! De papa erkent: "wat moet dat vervelend geweest zijn dat ik de lading dat mijn zoon zijn mama miste voor al die uren op hem heb "geplakt"".

Het is pas door middel van effectieve communicatie met de baby dat we hier tot een gepast oordeel kunnen komen waarbij we ervoor zorgen dat we het huilen van een baby ook écht kunnen horen, en ontvangen. Enkel dan kunnen we onze baby effectief in rekening brengen in onze dagelijkse handelingen.

Van cruciaal belang is dat we de boodschap van de baby begrijpen, dat we aan de baby vertellen wat we hebben vernomen en dit terug reflecteren (en de ontvangen boodschap corrigeren indien nodig). Soms is een "ontvangstbewijs" voldoende voor een baby om opgekropte emotie los te laten. Vaak – en dit is een uitdaging in onze samenleving – is het nodig om actief onze dagelijkse handelingen bij te sturen om ook ruimte te maken voor de boodschap van de baby.

Bijvoorbeeld: een baby wordt afgezet aan een dagcentrum en gaat huilen. De ouders krijgen de boodschap: “snel wegwezen, het gaat wel over!” Wat als we even zouden “communiceren” met de baby. Wat is het precies dat hem/haar dwarszit? Dit is voor elke baby anders. De snelle overgang van thuis naar elders? Wil hij/zij gewoon dat mama even mee binnenwandelt terwijl hij/zij aan de omgeving went? Enkel wanneer we deze oefening maken, kunnen we gepast reageren op de signalen van ons kind. Al vraagt het soms vijf minuten extra, ons hele dagschema hoeven we heus niet te wijzigen.

We zijn als ouders wel eens in een situatie waarbij we minder tot geen rekening kunnen houden met zoon of dochter. Ook in dat geval is het zinvol om de boodschap van onze baby bewust te ontvangen. We kunnen uitleggen waarom we doen wat we doen (zodat het niet lijkt dat we ons kind gewoon negeren). Meestal ligt er echter een derde oplossing voor het grijpen die werkt voor ouder én kind.

Bij een huilbaby is het vaak zo dat de "lijn" van communicatie tussen ouder en kind om één of andere manier verstoord is geraakt. Het kan dan nuttig zijn iemand in te schakelen die de verbinding mee kan helpen herstellen. Ook kan het zijn dat een kind bepaalde vormen van vroeg trauma meedraagt. Deze emotie kan té overweldigend zijn, zowel voor het kind als voor de ouders. Een gepaste begeleiding waarbij ruimte gemaakt kan worden voor de beleving van het kind en waarbij het kind zich gehoord voelt, kan dan wonderen doen. Zonder het aandachtig luisteren van een verzorger (zoals hierboven beschreven) of "externe persoon" (ik noem ze graag "babyfluisteraars") kan het kind deze ervaringsimpuls niet afsluiten. Een baby heeft de ander nodig om dingen te doorwerken. Of, een kind voelde zich reeds vaker niet gehoord - helaas komt dit vaak voor in onze samenleving hetgeen te maken heeft met standaard opvoedingsadviezen en opvangpraktijken - en er komt een "droefheid van tweede orde" op: de droefheid, niet langer om iets wat fysiek scheelt, maar de droefheid zich niet gehoord te voelen. Deze laatste droefheid sleept vaak veel langer aan en het duurt ook langer om een baby te ondersteunen bij het verwerken van zo'n ervan.

Daarom is het cruciaal dat ouders van bij de geboorte - en zelfs vroeger - ondersteund worden om vanuit verbinding met hun baby om te gaan, de signalen van hun kind op te vangen en om erop een responsieve manier mee aan de slag te gaan.

 

*** Huilt je baby erg veel? Ga dan ook zeker langs bij je huisdokter of pediater om uit te sluiten dat er een medische oorzaak is!