Blog

Ditjes en datjes...

Over hoe opvoeden vandaag òòk kan!

Stilstaan bij wat we meegeven

Vorige week zat ik samen met een kennis. Hij wou maar wat graag contact maken met mijn dochter en ging aan de slag, zoals we dat zo vaak doen in onze samenleving: "Wat een mooie jas heb jij aan!" "Zo flink ben jij!" Met de beste bedoelingen van de wereld, en toch zag ik mijn dochter steeds verder wegkwijnen. Dat is, ze werd steeds stiller; ze voelde zich beschaamd. Ze was volop aan het wennen aan de omgeving - we zaten in een druk café, ze was moe en had me gemist - en de inhouden die de kennis haar bood kwamen een beetje geforceerd op haar af.

Ik heb soms het beeld in gedachten dat we kinderen willen tonen dat we er zijn voor hen door hen (hun ego) "op te blazen." Het was pas toen alle complimenten stopten, en de man er gewoon was, dat mijn dochter open bloeide. Natuurlijk.

 

Vaak gebeurt het dat wanneer een kind niet met vol enthousiasme reageert op de complimenten, dat hij of zij een gevoel van schaamte krijgt aangepraat: “oeioeioei, sorry hoor!” of “amai zeg, jij bent niet goed gezind precies!” of nog: “lach jij wel eens?” Jammer dat we dit meegeven aan kinderen en de “schuld” van een stroeve communicatie meteen bij hen leggen. Hoe ervaren kinderen eigenlijk deze vormen van communicatie? Is het kind niet bezig met de schoonheid van haar jas of het feit dat hij of zij iets heeft overwonnen wanneer de complimenten toestromen, staat een kind vaak versteld.

 

Voelt een kind zich niet goed bijvoorbeeld, of is al zijn of haar energie gericht op het wennen aan een bepaalde onbekende omgeving, dan voelt het voor een kind aan alsof je haar abruupt uit datgene trekt dat haar aandacht opeist. Vaak gebruiken mensen deze zinnen ook om een kind ertoe te brengen iets goed te vinden wat hij of zij eigenlijk niet wilt. Zo wou een kennis graag dat mijn dochter met hem zou meerijden met de auto, hetgeen zij niet wou. Mijn dochter zelf kende de man niet langer dan vijf minuten. “Het lukt wel hoor”, zei hij en hij ging aan de slag (en vergat daarbij eerst mijn dochter even echt te ontmoeten: alles stond in het teken van “haar te doen meerijden”). Mijn dochter kreeg – net als ik trouwens - minder en minder zin. Immers, er leek geen eigenlijke ontmoeting tussen de twee tot stand te komen. Mijn dochter voelde zich geforceerd: dit was iemand die iets van haar wou, niet iemand die haar zag. Alle pogingen voelden vreemd aan wie zij was.

 

Het is belangrijk om als ouder in al deze situaties, die zo vaak voorkomen, dicht bij je kind te blijven. Wat gaat er in hem of haar om? Wat voelt hij of zij? Navigeer de situatie en hou daarbij rekening met hoe je kind de situatie beleeft. Het vraagt van jou als ouder dat je sterk in je schoenen staat. Zo koos ik ervoor om mijn dochter niet met de kennis te laten meerijden, met als gevolg dat de “wat flauw”-en ook naar jou als ouder geslingerd (kunnen) worden. En toch, als ouder staan we sterk, sterker dan onze kinderen voor wie we ruimte houden. Zorg ervoor dat hij of zij ervaart dat zijn of haar gevoelens welkom zijn. Je kind kan niets voelen wat niet “juist” is, hij of zij voelt het en dat is gewoon zo. We vergeten al te vaak hoe belangrijk deze gevoeligheden van kinderen zijn. Zo hebben ze er vaak een gevoel voor om niet zomaar mensen te vertrouwen. In onze cultuur leren we dit hen vaak af (“blijf maar meteen bij de babysit die je niet kent, en braaf zijn, en wees nu eens flink en laat mama en papa vertrekken”), met als gevolg dat we kinderen later weer moeten leren “niet met vreemden weg te gaan” (iets wat op dat moment een intellectuele oefening is geworden en niet langer een lichamelijk invoelen van veiligheid of een ontbreken daarvan). Vertrekken vanuit de leefwereld van een kind, eerder dan contact te maken via complimenten heeft ook als gevolg dat kinderen bij zichzelf kunnen blijven; zichzelf niet verliezen. Wanneer we ladingen “op kinderen gooien” op al deze momenten, zullen kinderen dat ook intern gaan doen. Ze voelen iets maar gaan op zoek naar afleiding. Is het verwonderlijk dat – zoals vele therapeuten verwoorden die aan de alarmbel trekken - vele volwassenen in onze tijd zo veel moeite hebben om te weten wat (of vaak ook dat) ze iets voelen?


Ont-moet je kind, vertrekkende van zijn of haar leefwereld. Tekent hij en je wilt contact maken? Teken even mee. Huilt hij? Ga er dan gewoon even bij zitten; maak ruimte voor de emotie. Is ze boos, reflecteer dat dan even terug, "waw, jij bent echt boos nu!" Zo vaak wanneer we met kinderen omgaan proberen we hen iets anders te laten voelen wat ze voelen; proberen we hen van buitenaf te intrigeren in plaats van hen van binnenuit te ontmoeten. Het kan een hele uitdaging zijn om hier stil bij te staan. Iets om mee aan de slag te gaan!